woensdag 28 oktober 2009

Schoon Gent

Ik vind dat ik nog één berichtje moet maken voor de blog [sommigen zeggen: het blog. Maar dat klinkt zo raar...] om er een deftig eind aan te breien. Anders stopt het zo plots.

Over terugkomen en al.
Dat was minder vreemd dan ik had verwacht. Alles in België is supervertrouwd. Ik had misschien gedacht dat het er klein zou lijken, maar dat is niet zo. Alleen de afstanden zijn nu wel veel "overbrugbaarder" dan voorheen. En 't is de max om met de fiets rond te sjezen langs 't water en over kasseien. Af en toe zwaaiend naar een bekende. Cuberdons zijn nog altijd megalekker en ook het tafelen is heerlijk. 't Was wel even wennen dat iedereen in de supermarkt en aan de naburige tafeltjes op café Nederlands spreekt. Eerst was er altijd een fractie van verwondering: "hé dat zijn Belgen... mja natuurlijk..."














En nu is de vraag of ik voor altijd ga stoppen met bloggen. De smeekbede van ene Maarten achter het vorige postje vraagt vast om meer. Maar dan past 'Big City Life' echt niet bij de situatie [allez, beziet die foto's, da's toch ongepast]. En over mijn leven in Gent valt niet zoveel nieuws te vertellen [hoewel hier in de citee en in mijn diverse vriendenkring wel altijd een roddelken te rapen valt, maar zwiert ge dat dan op het internet?]. Trouwens die Maarten heeft makkelijk praten, die kan onbezorgd bloggen over zijn ontmoetingen met ingebeelde Everts, Eddy's en Jean-Marie De Deckers.
Aan de andere kant lees ik zelf ook her en der op het wereldwijde web een heleboel interessante vertellingen. En nu ik begon met naailes en allerlei dingen in elkaar flans, is het misschien wel wijs om in die bloggende naaiwereld binnen te stappen...

Wie Weet, Waar [mee een Gentse rrrrr]...

maandag 21 september 2009

Summer 's almost gone [where will we be, when the summer 's gone]

Net voor we naar ons vaderland terugkeren, en net voor we ons blauw vehikel afstaan aan een volgende eigenaar, rolden we nog even drie uurtjes Noord. Alweer was Massachusetts onze staat van bestemming, dit keer het Westen, alwaar Mount Tom zich bevindt.
Vanop die 'Mount' zou je de trek van de roofvogels prachtig kunnen waarnemen. Zou. Want toen wij daarvoor op de uitkijktoren plaatsnamen, bleven de hawks waar ze waren en dus niet rond Mount Tom. Voor de rest was het er Prachtig: een schone riviervallei, een tof wetlandje, heerlijk geurende bossen in het begin van hun herfsttinten, en als kers op de taart een topweertje.

Terug thuis was het meteen aan de arbeid, want er hadden mensen onze spullen gekocht en die moesten dus verstuurd of afgehaald worden. We zijn eigenlijk een beetje verwonderd dat mensen uit Texas ons radiootje gekocht hebben en een meneer uit California onze ventilator... alsof dat daar niet te koop is. En met de postkosten erbij waren die spullen nu ook niet supergoedkoop, maar ach. We zijn al blij dat we dat gerief niet moeten dumpen of naar Belgie verschepen.

Diederik van zijn kant besloot vandaag officieel [al gaf hij er de waarschuwing bij dat hij niet wist of het ging lukken] te stoppen met zijn werk tot hij terug in Belgie geinstalleerd is -die twee dagen unief en een dag thuiswerken van volgende week niet meegerekend. Kuch. Toch: opluchting van mijnentwege, want ik begon me zorgen te maken over zijn gezondheid nadat hij ellenlange dagen in zijn raamloze kantoortje op computers zat te vloeken en de -weliswaar leuke, maar wel vele- nieuwe projectjes zich opstapelden, terwijl we volgende week wel bijna op de vlieger naar Belgie horen te zitten.

't Komt dus allemaal in orde. En ook wel zeer dichtbij. Raar.
Morgen komen ze deze tafel en stoelen halen.
Daarjuist de boekenkast.
Weggaan blijft iets vreemds.

Als dessertje: Massachusetts volgens de gids "Where to watch birds in Western Massachusetts".

woensdag 16 september 2009

...en weer terug.

en zo is ongemerkt die datum naderbij geslopen, en hebben we plots maar twee weekjes meer.
Er wordt vanalles in dozen gestopt. Zonder gordijnen, kussens en kaders is het hier al heel wat minder gezellig. De eerste meubeltjes raken verkocht. Onze auto blinkt op de verkoopsite. En mijn hart klopt onrustig, want weggaan is nooit leuk. Ik denk aan alle dingen die ik ga missen en maak er een lijstje van waar almaar meer op staat. Ik wil nog niet denken aan het vertrek, het moment dat we de deur definitief achter ons dichttrekken. Eerst nog even genieten.
Vorige week in Jamaica Bay, bijvoorbeeld,maakten we onze voetjes vuil ter bewondering van deze -en andere- exemplaren van onze gevelugelde vrienden:deze blauwpotigen laten zich 'Amerikaanse kluut' noemen en waren het bekijken wel eens waard. Maar het leukste was natuurlijk het door de modder struinen met bijhorende slurpgeluiden :-)).



dinsdag 8 september 2009

Ontluisterend gesprek

Vorige week had ik een doordeweeks cafégesprek met James, een gast die we al kennen sinds nieuwjaar en die fenomenaal grappige optredens geeft met zelfverzonnen liedjes. 't Gesprek over koetjes en kalfjes eindigde met de zin: 'ik moet nu naar huis, want ik moet morgen naar de rechtbank.' Dit was dus het begin van een heel nieuw verhaal: bleek dat hij tien jaar geleden enkele muziekinstrumenten had gekocht op afbetaling en dat hij niet tijdig en regelmatig had betaald. Zijn bank had die schulden doorgeschoven naar een zogenaamd 'collecting agency', dat aan je deur komt kloppen om de schulden te komen innen [freakyyy]. Dat collecting agency heeft blijkbaar ook de macht om beslag te leggen op je volledige bankrekening. Telkens er geld op je rekening gestort wordt, wordt dat onmiddellijk geïncasseerd door dat agency. Een geluk bij een ongeluk: lonen worden hier nog ouderwetserwijze uitbetaald in cheques. James leeft dus momenteel van cheque tot cheque. Hij gaat die dan innen in zo'n cheque-innings-kantoortje in plaats van in zijn bank. Dat bezoekje aan de rechtbank dient om een deal te sluiten met het collecting agency, zodat zijn rekening weer bruikbaar zou worden. Wat een verhaal!
In datzelfde gesprek kwam ook nog naar boven dat hij zich -met nochtans een deftige job- geen ziekteverzekering kan veroorloven omdat hij - en hier komt het - epilepsie heeft. Daardoor zou een ziekteverzekering hem een slordige 400 dollar per maand kosten. Groot schandaal!

Multilinguaal

Wanneer ik in België affiches of wegwijzers zag met doorstreepte Franse of Engelse woorden, met daarnaast in hanepoten: 'Vlaams!' gekalkt, dan draaide mijn maag. Net als wanneer ik lees dat de gebroeders Wouters doodsbedreigingen kregen omdat ze een liedje zingen over frieten en Walen... Doodsbedreigingen, begot! Vaak denk ik aan dergelijke kleine voorvallen als ik op de metro zit, tussen volk van over de hele wereld, waar affiches in twee, drie, vier verschillende talen hangen.
Is het doel van wegwijzers of affiches niet dat zoveel mogelijk mensen ze zouden begrijpen? En als er in een stad of land significant veel mensen wonen die een bepaalde taal spreken, is het dan niet logisch dat er ook affiches in hun taal gedrukt worden? Hoe is het mogelijk dat sommige mensen dit niet kunnen verdragen?

Hoofddoeken-gedoe

Hoofddoeken dragen achter het loket van de metro? Hier in New York kan dat zonder problemen. Hoewel... hier worden de hoofddoekendraagsters of tulbanddragers met iets anders geconfronteerd. De MTA (het metrobedrijf) wil dat alle hooddoeken en tulbanden blauw zijn en het MTA logo dragen. De eerste keer dat ik een dame met haar MTA-hoofddoek achter het loket zag zitten, vond ik dat schitterend. Ik dacht aan de hele heisa in Gent waar stadsbedienden geen hoofddoek zouden mogen dragen achter het loket en hoe hip het zou zijn om een Stad Gent-hoofddoek te ontwerpen. Maar blijkbaar vinden de loketbedienden in kwestie dit allesbehalve hip. Ze vinden het niet kunnen dat ze een bedrijfslogo moeten dragen op een religieus symbool, en daar kan ik nu ook wel inkomen... Moeilijke kwestie!
Na wat opzoekingswerk over de hele zaak, begrijp ik nog meer dat de werknemers zich gestigmatiseerd voelen. Na de aanslagen van 9/11 begon MTA systematisch mensen met een religieuze hoofdbedekking te verplaatsen naar jobs waar ze niet in aanraking kwamen met de klanten. Zo werden enkele moslima's die al jaren probleemloos als buschauffeur werkten, overgeplaatst naar het depot. Ook een Sikh-metrobediende mocht niet meer achter het loket zitten met zijn tulband aan. MTA werd daarvoor veroordeeld. Daarna kwamen ze op de proppen met hun nieuwe uniformvoorschriften: het kleur van de hoofddoek en het logo. De MTA wil duidelijk herkenbare personeelsleden, maar de betrokken werknemers voelen zich vooral gestigmatiseerd en gediscrimineerd omdat deze post-9/11-maatregel enkel geldt voor moslims en Sikh.
[de foto komt van hier]

donderdag 3 september 2009

Dan toch nog...

...een celebrity! Zaten we daar gezapig op het strand in Coney Island met onze nog ietwat slaperige Belgische bezoekers, schrokken we ons nu toch een hoedje toen we ineens deze superster in het vizier kregen. Mijn paparazzihartje ging snel tekeer, mijn megazoom klopte overuren en mijn wijsvinger werd stijf van 't foto's trekken.
Er werd nog discussie gevoerd of deze bevallige actrice nu bij de 'subtop', de 'top', of de 'supertop' van celebrities behoort. Kenners mogen zich steeds aanmelden met hun mening. De acteur die bij haar was, hadden we nog nooit gezien [behalve K., die zich 'Die Hard 4' nog zeer goed herinnert].

woensdag 26 augustus 2009

Concert de Tut

Altijd hoor je sirenes in Manhattan. De brandweer heeft er dan nog eens zo van die mega-claxons bovenop. Een tikkeltje vervelend is wel dat ze die sirenes nooit hun gang laten gaan... je hoort dus niet toetaatoetaa, maar wel toe..toeetaa..toe..toeee..toeeta...toee. Geen idee waarom ze dit doen.
Onze rustige Queense woonbuurt heeft minder last van ambulances, flikken of voorbijdenderende firefighters. Wij zitten met een ander soort concert: auto-alarmen. Om de vijf steppen gaat er hier wel eentje af. Er bestaan eindeloos veel variaties. In het begin keken we telkens verschrikt naar buiten in het gedacht van 'wordt er hier nu weeral ingebroken in een auto?' [de onze kon het gelukkig nooit zijn, want die heeft geen alarm - kuch]. Maar telkens bleken die auto's gewoon vanzelf te alarmeren. Te pas en Ten onpas.
Bovenop de auto-alarmen begon er ons ook iets raars op te vallen: getuut. Geclaxoneer. Honking. Zo redelijk subtiel: dan eens een keer, soms drie keer kort en twee keer lang, dan eens vier keer kort. Wij vonden dat: verdacht! We weten nog altijd niet wat het is, maar we denken aan een soort signaalsysteem van dealer naar dealer of van dealer naar kopers. Dealer in wat, geen idee... 't moet een beetje spannend blijven, he, maar 't zal waarschijnlijk wel niet het mostaardmanneken zijn...

dinsdag 25 augustus 2009

De eerste lading...

Van het postje naar de muur heb ik zo'n supergrote postzak bemachtigd ['k had gehoopt op zo'n echte postzak in gebroken witte stevige canvasstof, maar 't is zo'n plastieken veevoederzak. Ook goed, hoor, daarnietvan]. Daarin steken we alvast al onze boeken. In zo'n zak mag er 'gedrukt materiaal' zitten dat naar 1 enkel adres 'internationaal' moet verscheept worden. Ideaal dus! Heel die handel zal zes tot acht weken onderweg zijn, dus we kunnen dat nu al met een gerust hart naar onszelve versturen. Nu stelt er zich wel een probleempje want het Dikste Boek van allemaal is nog niet uit. Ik maakte het dit jaar mijn missie om Robert Fisks 'De Grote Beschavingsoorlog' helemaal uit te lezen, want dat is fenomenaal interessant, maar dus ook heel erg dik. En ik heb er nog allerlei andere, dunnere, sappigere boekjes tussendoor gelezen, en ook de Humo's die iedereen meebracht gretig verslonden. Voor op de metro was dat boek te zwaar, dus ik zit nog maar [nog maaaar] aan pagina 919 van de 1373... En dat boek zou eigenlijk echt wel meeMOETEN in die zak, want da's een paar kilo uitgespaard in onze bagage. Gelukkiglijk heb ik een nieuw gadget dat me kan helpen: een boekenknijpleeslampje ter waarde van 1 dollar. Dan moet ik, nadat ik nog wat lees in bed, niet meer uit bed komen om het groot licht uit te doen. En zo'n klein lampje is natuurlijk ook, juistja, veel gezelliger :-] grijns


dinsdag 18 augustus 2009

Het eindstadium

Wat een werk. En het is bijna af...
Joeppppiii :-)

Gezocht: mijn identiteit.

De Standaard titelt 'Geen Belgische slachtoffers van bankkaartfraude in de Verenigde Staten'. Ha nee, zeker! Op een mooie dag checkten we nog eens onze financiele toestand [die is trouwens hopeloos maar niet ernstig wegens een spoedige terugkeer naar goedkopere oorden] via PCbanking. Plotseling [en nu gaat er iets spannends gebeuren] zagen we daar een tweetal betalingskes die ons to-taal niet bekend voorkwamen. Twee dagen tevoren hadden wij zogezegd 35,44 en 47,94 dollars uitgegeven in een online winkel. Geen denken aan. Niet door ons gebeurd!
Wij gebeld naar de klantendienst van de Bank of America [naar 't schijnt, als er al een bank te boycotten valt, is het die wel, maar allez, 't was maar voor een jaar en we wisten dat niet op voorhand]. Daar moesten we tegen een computer spreken en bijvoorbeeld heel duidelijk zeggen wat het probleem was. Dat lukte van geen kanten en de frustratie over klantendiensten, banken, aan het lijntje houden, afzetters, enz. nam grote proporties aan.
De eerstvolgende werkdag toog ik richting ons filiaal, alwaar een piekfijn juffrouwtje [ik voelde mij, in vergelijking met haar, een slons in mijn zomertenue, met oververhit hoofd en lichtelijk tot zwaar aan het transpireren wegens nog niet geacclimatiseerd aan de airco van het bankgebouw]. Ze vertelde me dat ik moest bellen naar de kalantendienst, wat een klein alarmbelletje deed rinkelen. Ik vroeg: 'maar kunnen jullie daar niet eens naar kijken?' Ze zei dat ze in de bank zelf geen toegang hadden tot die bestanden [raar, he]. Ik vertelde haar [waarschijnlijk met een spikkeltje wanhoop in mijn ogen] dat ik al had proberen bellen naar dat nummer en dat daar een aantal opties waren die ik niet kon kiezen en dat dat niet zou gaan... 't Juffertje nam me mee naar een leeg kantoor en zei me dat ik gerust van daaruit naar de klantendienst mocht bellen. Ze toetste zelf het nummer in en navigeerde langs de verschillende opties tot het wachtmuziekje kwam om een echte persoon aan de lijn te krijgen. [opluchting].
Al goed dat ik in die bank gebleven was, want ik moest er -na het gesprek met de helpdeskdame, die trouwens een megacool Zuiders accent bezat - mijn bankkaart laten blokkeren en een nieuwe, tijdelijke, in ontvangst nemen. Plus: ik moest thuis bellen naar het bedrijf waar de bestellingen geplaatst waren om hen te vertellen dat die frauduleus en niet, NIET, van mij kwamen. Mijn coole I {hartje} NY kaart werkt dus niet meer [ik heb trouwens indertijd niet zelf voor dat motiefke gekozen, we hebben dat automatisch gekregen omdat we een studentenrekening hebben, maar ik begon dat eigenlijk wel wijs te vinden]. In de plaats heb ik nu zo'n lelijke kapitalistenbankkaart in zilver, rood en blauw...
Ahja, om verder te vertellen: ik belde dus naar dat online bedrijf en daar werd ik on-mid-del-lijk doorgeschakeld naar hun securitydienst. Geen wachttijden van approximately vijfendertig minuten, neen, meteen to the point en al. Ik kwam daar te weten dat die mannen niet alleen het nummer van mijn bankkaart hadden, maar dus wel degelijk mijn volledige naam, adres, enzovoort... een echte Identity Theft als het ware... En weet je wat ze besteld hadden: een printer en een doos enveloppes met twee vensterkes, zoals ze in bedrijven gebruiken [wie weet wat ze daar wel allemaal niet mee van plan waren]. Maar dat bedrijf had een goeie security-dienst want die hadden al in 't motje dat er iets niet klopte. Ze hadden die bestelling dus 'bevroren' tot ze zekerheid hadden over de ware aard ervan. Ik heb hen dus die ware aard onthuld: as Louche as can be! Toen ik aan dat securitymadammeke vertelde dat ik net van de bank kwam, alwaar ik de bewuste kaart al geblokkeerd had, was ze hoorbaar opgelucht [toch altijd cool als mensen zo begaan zijn met hun job]. Eind goed, al goed!

woensdag 12 augustus 2009

Werk: gevonden!

De zoektocht naar werk verliep niet bepaald over roosjes, maar ik had niet te klagen. Er was altijd wel iets te doen in de stad en er kwam bezoek met hordes tegelijk uit Belgie aanvliegen. Eigenlijk hing ik dus het grootste part van het jaar de toerist uit, terwijl Didi zich afbeulde om de laatste loodjes van zijn doctoraat af te krijgen en zijn andere wetenschappelijke projectjes op de rails te krijgen. Ocheere!
Uiteindelijk vond ik op de valreep nog een job voor de maand augustus en wat ik daar allemaal beleef, pen ik neer in mijn wereldblog op de website van MOmagazine. Allen daarheen, dus, want het is best wel spannend. Ik sta iedere dag om kwart voor vier op en sluip dan rond vier uur de deur uit om de metro te nemen naar Manhattan. Daar maak ik slapende mensen wakker om hen allerlei hoogstpersoonlijke vragen te stellen en geld uit te delen. Dit alles in de hoop dat ze ooit wakker zullen worden in een echt bed, in een zelfgehuurde kamer of huisje, in plaats van op de harde straatstenen of op bankjes in het park.
Een paar dagen geleden kreeg ik telefoon van een madammeke van het Salvation Army - het Leger des Heils, eigenlijk - of ik nog geinteresseerd was in de job. Ik moest eventjes goed nadenken waarover ze het infeite had, maar toen herinnerde ik me dat ik eens een sollicitatieormulier had ingevuld in zo'n kringloopwinkel van het Salvation Army. Goddank heb ik al een job en moet ik dus niet twijfelen of ik al dan niet bij zo'n gefreakte organisatie wil werken. Een van de daklozen vertelde trouwens dat hij ooit in zo'n winkel gewerkt had. Telkens er een lading kleding werd geleverd die nog in perfecte staat was, drukte de baas die achterover en kreeg die bediende vijftig dollar zwijggeld... Waar of niet waar, ik hoef me er alleszins geen zorgen meer om te maken.



Olfactorische prikkels

Het was in de winter al redelijk indrukwekkend, de zomer zorgt voor een vertienvoudiging van dit fenomeen: de odeur in de metrostations van New York.
Een mengelmoes van rattennesten, pipi en een vleugje zurig braaksel, afgewisseld met al dan niet rottende etensresten. Dit alles komt op je afgewaaid in een warme walm telkens er een metro het station in dendert... mjammie. Ook in de straten hangt er een specifiek geurtje, in de ene buurt al erger dan in de andere.
In het mini-museumpje "City Reliquary" in Brooklyn, stond de stadsgeur beschreven door een leerling van een plaatselijk schooltje:


donderdag 30 juli 2009

Seizoen 4


Na lang wachten is de zomer er. Hij wikkelt de stad in een broeierig en vochtig deken. Hij zet je huid in brand en geselt je ogen. Hij brengt tropische regens, met grote druppels en de prachtigste bliksems, zo indrukwekkend dat ik mijn angst vergeet.

Skimmers


Skimmers zijn heel speciale dieren. Het zijn watervogels die evolutionair nogal uniek geprogrammeerd op vlak van visvangst. Het is namelijk zo dat ze opgescheept zitten met een zeer vreemde snavel: hun onderbek is veel langer dan hun bovenbek. [in het Meetjesland heet dat 'een weiwatervat'] Als ze visjes willen vangen, vliegen ze vlak boven het wateroppervlak met hun kop een beetje naar beneden. De onderbek steken ze in het water en zo vliegen ze al 'skimmend' over de zee. Wanneer de bek een visje raakt, klapt hij dicht *snap* en de buit is binnen.
In een van de natuurreservaatjes hier hebben we vorige keer een half uur staan kijken naar die bijzondere vogels. Ze waren hun veren aan het poetsen met hun malle bek en bleken die te kunnen gebruiken als een zeer fijngevoelig werkinstrument. Plukjes veren werden een voor een 'gekamd' en in de plooi gelegd. Mijn fototoestel had ik niet bij, maar ik steel wel een beeldje van elders op het wereldwijde web.

donderdag 9 juli 2009

Cape Cod revisited


Wat te doen als er natuurvolk over de vloer is dat niet volledig wild gaat bij de gedachte aan Times Square, het Empire State Building of de Brooklyn Bridge? Simpel: een auto huren, enkele tenten in de koffer proppen en koers zetten naar het Noorden. Destination: Cape Cod, Massachusetts. Tussen kerst en nieuw hadden wij twee daar al eens de boel verkend. Nu stond er -volledig aangepast aan het seizoen- whale watchen en fietsen op het programma. Beide absolute aanraders. Op een armlengte van een gracieus voortbewegende moederwalvis met speels kalfje staan is behoorlijk adembenemend. De applaudisserende Amerikanen neem je er dan graag bij. En ook het fietsen was heerlijk. De hele route is autovrij en loopt over een oude spoorwegbedding, langs meren en door bossen. Onderweg pauzeerden we bij een Ben&Jerry's ijssalon, wat natuurlijk de overheerlijke kers op de taart was.
We ontdekten tijdens die driedaagse ook het stadje Provincetown, waar bijna elk koppel op straat bestaat uit twee personen van hetzelfde geslacht. In de winkeltjes worden er babypakjes verkocht met de tekst 'I love my 2 mums' en 'I love my 2 dads'. Ondanks enkele versier-incidentjes [ene Scooter vond mijn neef wel een goede partij en wees hem waar zijn tent stond, just in case...] hebben we toch van het nachtleven geproefd. De bars hebben er goeie muziek in de juke-box en er zit allerlei lokaal, levendig en babbelgraag volk. Cape Cod in juni is dus -ook al- een aanradertje :-)

Mermaid Parade 2009


Hoe enthousiast ik was over Coney Island, zo lyrisch ben ik over haar Mermaid Parade. Een schitterend, wervelend, freaky, funky, dirty, happy allegaartje van mensen. Uitgedost als zeemeermin of -man huppelen ze ieder jaar door de straten van Coney Island. Wat is deze stad toch een prachtig divers biotoop.

woensdag 10 juni 2009

The Berkshires


Vorig weekend hielden we een idyllisch kampeerweekendje in Berkshire County in de staat Massachusetts.

Wat hebben we geleerd?

- dat kolibries graag hoog in een dode boom zitten
- dat een fietstochtje na acht maand fietsloos leven zeer doet aan uw gat
- dat niet alle kampeervuurtjes op alle gaspullekes passen
- dat Didi een Man is die Vuur kan maken
- dat je supergoedkoop en middenin de natuur kan kamperen in de State Parks
- dat je daar wel zelf je luchtmatras moet opblazen (Leve Didi zijn Didgeridoe-eske longinhoud en Circulaire ademtechniek)
- dat je je voedsel altijd in je auto moet bewaren als je een nachtelijk berenbezoek wil vermijden
- dat een middagdutje in de volle zon niet zo'n goed idee is
- dat supervroeg opstaan ervoor zorgt dat er veel meer uren in een dag zitten
- dat wilde kalkoenen ook vroeg opstaan en dan stofbadjes nemen
- dat Massachusetts wel nog cool is
- dat de CCC er ook actief was
- dat de bomen en de bossen hier superweelderig groen zijn (in 't Engels heet dat: *Lush*, wat een beter woord is dan 'weelderig')
- dat er nog een ander soort eekhoorntje bestaat, namelijk de American Red Squirrel (Tamiasciurus hudsonicus)
- dat schildpadjes in staat zijn om een behoorlijke snelheid te halen
- dat de pinten goedkoper staan in Massachusetts dan in New York City
- dat ik zin kreeg in een waterijsje bij het zien van de Blackburnian warbler (zie prentje, van het internet geplukt)

en nog veel meer...

Groen!

Deze stad is zo ongelooflijk Groen! De straten zijn afgezoomd met bomen, parkjes met speeltuinen vormen buffers tussen buurten, grote parken liggen er weelderig geurend en piekfijn onderhouden bij. Da's toch super! Ik verbaas me nog altijd dat er in zo'n stad waar de grondprijzen zo fenomenaal hoog zijn, nog zoveel plaats is voor groen. Aan de andere kant geloof ik dat, zonder die kleine groene longetjes, velen knettergek zouden worden in hun schoendozen van appartementen. Ze hebben die parkjes echt nodig om eens buiten te kunnen zijn en te ademen. In het weekend zie je dan ook de speeltuinen en parkjes overvol zitten met New Yorkers jong en oud.
In Brooklyn verkenden we een wel heel speciaal stukje groen: een begraafplaats. Het Greenwood Cemetery is een idyllisch heuvellandschap met eeuwenoude bomen. Daaronder liggen eeuwenoude graven van eeuwenoude doden. Hele families liggen er bij elkaar te rusten in vrede, want vredig is het daar absoluut. Er staat dan 1 grote steen in het midden, met de familienaam Daarrond liggen kleinere steentjes met daarop 'father', 'mother' en de namen van de kinderen. Wie wil kan zich er nog altijd laten begraven en nu alvast een plaats reserveren. De toegangspoort van deze begraafplaats huisvest trouwens een kolonie monniksparkieten.
Een eind verderop ligt het prachtige Prospect Park. De ontwerpers waren dezelfde als die van Central Park in Manhattan, maar ze beschouwden Prospect Park als hun meesterwerk. Als je er rondloopt, waan je je midden in de natuur. Het is er prachtig en het zit er vol met vogels. De nabijgelegen buurt Park Slope is ook erg de moeite om door te kuieren: het staat er vol met de typische Brownstone huizen. Op Avenue 7 en 5 zijn er heel wat winkeltjes en eethuisjes.
Dat blogske begint hier gelijk meer en meer op een toeristische gids te lijken, maar goed. Het is daar dus echt de max. En dat wil ik eigenlijk wel aan zoveel mogelijk mensen vertellen: het is hier De Maxxx :-))

South Street Seaport

Al ontelbare keren wandelde ik door het Financial district om er onze bezoekers te tonen waar de financiele crisis begon, en waar de twin towers neerkwamen. Het blijft een indrukwekkend schouwspel: grote mastodonten van gebouwen, oude en nieuwe architectuur door elkaar. Daartussen geklemd: de Trinity Church. En dan de oude kasseistraatjes die zo Europees aandoen en eigenlijk het oudste bewoonde stukje Manhattan vormen.
Vorige keer nam ik eens een andere route: via de South Street Seaport. Dit haventje dateert uit 1600 en er liggen enkele pareltjes van zeilboten aangemeerd. Ook hier waan je je ergens in Europa, met de smalle kasseistraten en de Vlaams aandoende huizenrijen. Er zijn ook eethuisjes en cafeetjes te vinden, dus het probleem 'Waar eten in het Financial District' wordt geschrapt van de lijst. Tegen de tijd dat we bij Ground Zero aankwamen was het al aan het schemeren en de vele lichtjes in de gebouwen errond maakten het nog eens zo indrukwekkend...

dinsdag 9 juni 2009

de Lower East Side

Onze vaste uitgaansbuurt in New York is al sinds oktober de Lower East Side. We vermoedden daar dan ook enkel bars en clubs. Wat een ontdekking toen ik met onze bezoekers eens overdag in die buurt kwam. Die buurt ondergaat een echte metamorfose in de overgang van licht naar duister. Afhankelijk van je interesse ontdek je dan ook nog telkens andere winkeltjes of gallerijtjes.
De buurt was vroeger een echte immigrantenbuurt, waar mensen uit alle mogelijke landen kwamen aanwaaien en zich er vestigden. Er woonden Italiaanse, Poolse, Oekraiense en Duitse arbeiders met hun gezinnen. De huizen zijn daar nog overblijfsels van: het zijn de oude 'tenement buildings' waar hele families samen in een klein appartement huisden.
De voorbije jaren kwamen er meer en meer kunstgallerijtjes en werd de buurt langzaam opgewaardeerd. Dit is natuurlijk goed voor de stad, omdat de buurt nieuw leven in geblazen wordt, maar die zogenaamde 'gentrification' heeft ook mindere gevolgen. Zo stijgen de huurprijzen er zo snel en hoog, dat de gewone man er al snel niet meer kan blijven wonen. Er worden ook historisch belangrijke gebouwen met de grond gelijk gemaakt om plaats te maken voor prestigieuze bouwprojecten.
Alleszins: wie op zoek is naar tweedehandskleding, maffe robotjes, leuke accesoires, corsetten, goedkope eethuisjes of kleine kunstgallerijen is in de Lower East Side op de juiste plaats. Ook de muurschilderingen die hier en daar terug te vinden zijn, zijn vaak kunstwerken op zich.

Coney Island

Er zijn al ettelijke liedjes over dit stukje Brooklyn gemaakt. Ooit noemden de Nederlanders het 'Conyne Eylandt' omdat het er barstensvol zat van de pluizige beestjes en de konijnenjacht er erg populair was. De Engelsen maakten er Coney Island van.

Het mooie strand trok al vanaf 1860 dagjesmensen aan. Amusementsparken werden opgericht en ook het minder fraaie entertainment zoals goktenten, prostitutie en boksringen tierde er welig. Vandaag is er nog maar een fractie van de oorspronkelijke kermistoestellen over en het zwaard van Damocles hangt boven deze authentieke plaats. Grote ondernemers kochten het op en er zijn grootse plannen: de bouw van luxehotels en appartementen. Buurtbewoners sprongen in de bres en tekenen protest aan tegen de teloorgang van 'hun' Coney Island. Vorig jaar sloot het voorlaatste amusementspark, de tijd begint dus te dringen.

Een bezoek aan Coney Island is wel nog altijd de moeite. Het is echt een reis terug in de tijd. Wie de tv-reeks 'Carnivale' bekeek, kan er zich alvast iets bij voorstellen. Stokoude draaimolentjes, blikkengooi-kramen, freak-shows, slangenbezweerders,… achter iedere hoek sta je opnieuw stomverbaasd te kijken naar een attractie die je niet voor mogelijk hield.

In de kantine op het strand wordt er duchtig gedronken en een mengelmoes van betattoeeerde mannen met nektapijt, hun bijpassende gezinnetjes en keurige toeristen geniet van het attractiepark. Zij aan zij stappen ze dapper op het 89 jaar oude reuzenrad. Het krioelt er van politiemannen, maar er worden wel cocktails gedronken op straat. Het is een absolute aanrader om daar de ogen eens de kost te gaan geven.

woensdag 27 mei 2009

Weekendje Cape May

Twee weekends geleden gingen we voor 't eerst kamperen. Cape May in New Jersey was onze bestemming. Eigenlijk was het vanaf de tweede dag rotweer, en dus totaal ongeschikt om te kamperen... Enige binnenactiviteit was er in de verste verte niet te bespeuren, dus we moesten ons tevreden stellen met wat Roadside Birding onder het motto: 'the car is the hide'... Het stadje Cape May zelf staat vol met van die echte oude Victoriaanse huizen in de felste kleuren: super, zo'n paarsroze of knalgele huisjes! Wat verder ook opviel was dat de mensen hier al helemaal anders waren dan New Yorkers: veel meer religieuze slogans, veel meer zwaarlijvigen, veel meer blanken en veel meer patriottisme...

Times Square Autovrij!

Sinds vorig weekend is Times Square een autovrij kruispunt! Jochei! Dat is echt wel ongelooflijk, want de stroom taxi's en auto's die dag en nacht langs deze helverlichte plek passeerde, was gigantisch. Het gaat om een experiment tot het einde van het jaar. Daarna evalueert men het project. In tussentijd genieten de New Yorkers van een ontbijtje en orkestjes waar eens de auto's raasden...

donderdag 7 mei 2009

Op populair verzoek...

en ook omdat we eindelijk de bestanden van onze gecrashte laptop konden recupereren, heb ik op Picasa een album gemaakt over onze trouwdag. Nu denk ik niet dat iedereen zomaar op internet wil staan, dus wie de foto's wil zien, stuurt me een mailtje en ik geef je toegang tot het album! Hoera!

dinsdag 5 mei 2009

'This is America, trust me...'

Handleiding: hoe een job zoeken in New York, temidden van een economische crisis?

Stap 1: Aanvaard de bureaucratie, heb bovenal veel geduld

Vraag een werkvergunning aan door zorgvuldig alle nodige formulieren en papieren in te vullen, te verzamelen en aangetekend op te sturen naar het Departement of Homeland Security, afdeling Immigratie. Wacht drie maanden. Krijg dan een brief met de vraag naar NOG meer papieren. Bel -ietwat verontrust- naar datzelfde Departement. Krijg te horen dat de willekeur van een ambtenaar boven hun officiele publicaties staat, en dat je dus maar beter doet wat je gevraagd wordt. Verzamel gedwee de gevraagde papieren. Wacht twee maanden. Ontvang per post je WorkPermit. Toog ermee naar het bureau van de Social Security Administration en toon je workpermit aan een spastische loketbediende. Wacht zes dagen. Ontvang je Social Security Nummer.

Stap 2: Stel een resume op

Een CV wordt hier een resume genoemd, maar dan met een vettig Amerikaans accent. Op internet zijn talloze websites te vinden met voorbeeldresumes en voorbeeldbrieven met deftige formele zinnetjes erin.
Jezelf bestoefen is hier een must. Dat doen ze zelfs als ze niet aan het solliciteren zijn.

Stap 3: kijk overal en altijd uit

Jobjes zijn overal te vinden, maar je moet wel goed kijken. Vang je in een winkel op dat ze net geopend zijn, vraag dan spontaan: Are you hiring?
Op de Craigslist-website staan iedere dag lijsten en lijsten met jobs. Nuja... er staan daar ook wel louchere dingen tussen. Zo stond er eens 'Verdien geld door met oude venten te praten op cafe'. Bleek dit geplaatst te zijn door iemand die een boek schrijft over cocktails en op zoek is naar grappige cocktailanekdotes. Je krijgt vijf dollar per verhaal dat hij kan gebruiken voor zijn boek plus een eervolle vermelding... Als je bedenkt dat je daar eerst uren voor op cafe moet zitten, en dat een drankje hier zo tussen de zes en de negen dollar kost - fooi niet inbegrepen - dan vraag je je af wie er zo stom is om daarop in te gaan. Er stond ook eens: Jewish Egg Donors wanted for loving Jewish couple. Big business blijkbaar, die eiceldonaties, want er staan iedere dag wel een stuk of vijf gegadigden van verschillende strekking en ras. Per donatie verdien je behoorlijk wat geld, maar ook dat moet je maar zien zitten [slik]. Nog een zotje: 'Wanted: pretty girls with pretty feet'. Of ik misschien goesting had om in een voetfetisjistenclub een beetje mijn voeten te laten bepotelen? Thanks, but no thanks :-) En dan een hele resem andere jobs waarvoor ik in de verste verte niet in aanmerking kom: gewapende en ongewapende securityjobs!, Word een wallstreet topeconoom!, enzoverder...

Stap 4: aanvaard de eerste de beste job (misschien beter niet...)

Word opgebeld door een winkel waar je je resume hebt binnengestoken. Ontdek na drie dagen werken dat je infeite niet in de winkel moet werken, maar constant aan de deur promomateriaal moet uitdelen aan voorbijgangers. Ontdek dat je ieder weekend zal moeten werken, zonder uitzondering. Ontdek dat er in Amerika geen contracten bestaan, maar wel weer een hele stapel formulieren om in te vullen. Ontdek dat er geen hoger loon betaald wordt voor weekendarbeid. Neem ontslag.

Stap 5: zet de zoektocht verder

en hou de moed erin :-)



woensdag 22 april 2009

Lente in vogelland

De lente komt op gang: prachtig bloesemende bomen langs de lanen en in de parken, vrolijk flierefluitende vogeltjes en regen, want april staat hier bekend voor zijn April showers. Dit ondervonden we aan den lijve toen we eens in Wall Street gingen betogen. Gelukkig hadden we een kawee aan (die van Diederik droeg het embleempje van de Belgische politie - zoek de mol!). Verder waren er koude winddagen, afgewisseld met lekker warme T-shirt en ijsjesdagen. Voor onze bezoekers geen makkelijke opdracht 's ochtends: 'wat doen we aan?' Voor ons was dat soort weer eerder een teleurstelling: we hadden gedacht dat die azuurblauwe lucht en zonneschijn van de winter zouden blijven, maar dan met steeds warmere temperaturen...
Ook de vogels krijgen 't zot in hun kop door de lente. Zo is er de American Robin, een soort groot uitgevallen roodborst, die constant tegen ons raam komt vliegen. Uren aan een stuk tikt hij met zijn bek tegen het raam om dan uitgeput op onze brandtrap te bekomen. Dat is echt niet meer het schattige roodborstje tikt op het raam rintintin, neen, dat getik wordt na een tijd behoorlijk vervelend. Waar ik in het begin die Robins nog sympatiek vond, verdenk ik ze er nu van behoorlijk idioot te zijn. Hebben ze nu nog niet door dat hun spiegelbeeld NIET een of andere concurrent is die hun vrouwtje wil afpakken? Die vogel zou zijn energie beter steken in het bouwen van een nest, vooraleer een ander, slimmer exemplaar er met zijn vrouwtje vanonder is...
Ander, leuker vogelnieuws is de start van de lentemigratie van de zangertjes. Allerlei schattige kleine vogeltjes, met allemaal een verschillend motiefje, die hier in de stadsparken neerstrijken om uit te rusten van een lange tocht. Iedere keer we in de natuur of in een park zijn, bijvoorbeeld de New York Botanical Garden in de Bronx, ontdekken we nieuwe!
Vorig weekend voorspelden ze mooi weer in New York State, dus gingen we het Harriman-Bear Mountain State Park eens gaan checken. We ontdekten er een vrij speciaal soort landschap: rotsen met bomen op. We kwamen er ook oog-in-oog te staan met een zwarte slang van ongeveer 1 meter 20 -slik-, die gelukkig niet giftig bleek. Op zondag kuierden we door het zonovergoten Sunken Meadow State Park op Long Island. We zijn dus al een beetje bruin! Het terrasje waar we zoveel goesting in hadden na dat weekend wandelen, was weer eens zeer ver te zoeken. Toch ondenkbaar in Belgie dat er geen cafetaria met terras zou staan bij zo'n bos-strand-speeltuin. Ik begon zelfs heimwee te krijgen naar Eeklo, begot, alwaar de terrasjes zij aan zij het marktplein vullen...

woensdag 1 april 2009

Moesten mijn ogen kunnen fotograferen...

dan kon ik hier nu een plaatje presenteren van de meest afstotelijke en tegelijk fascinerende travestie die we ooit gezien hebben.
Vorige zaterdag stapten we na een middag Harlem een gezellig ogend kroegje binnen met de veelbelovende naam 'Blues Paris'. We hadden de deur al opengeduwd en stonden al half binnen toen onze ogen zich aanpasten aan het donker en we het bijzondere klienteel opmerkten. Een grote magere zwarte man met een knalrood kostuum en bijpassend hoedje-model-pater Damiaan bood ons meteen zijn barkruk aan, naast een dronken jonge latino die de zoetige knalroze cocktails aan elkaar reeg. Daarnaast zat een kale homo met forse baard en geëpileerde wenkbrauwen die tijdens ons bezoek minstens drie pogingen ondernam om Diederik van mij af te snoepen. Achter de bar, uiteraard, de barvrouw: een kleine negerin op leeftijd die met de heupen swingde op een reeks melige schlagers en na lang aandringen een flesje nepparfum kocht van de dronken latino. Naast ons, aan de andere kant, een dikke blanke die gedachteloos grote brokken kaas en zoute knabbels naar binnen werkte, terwijl hij op een groot scherm een basketbalwedstrijd volgde. Als kers op de taart zat daar, uitgezakt op een barkruk in een hoekje van de bar, een dikke mexicaan met een slordig snorretje, hangwangen en knalrood gestifte lippen in een pafferig gezicht. Op zijn hoofd stond -ietwat scheef- een warrige zwarte pruik met daarop een mal rond hoedje. Zijn lichaam was geperst in een rood deux-pieceke met een zwart boordje. Starend naar een halfleeg bierglas maakte deze persoon een treurige en miserabele indruk. Na ons pintje hielden we het voor bekeken, vastberaden om deze plek ooit nog een tweede kans te geven.
En de barvrouw, die schuddege, mee eur gat!

dinsdag 17 maart 2009

Happy Phagwah!


In onze buurt (Richmond Hill) wonen er een heleboel mensen die afkomstig zijn uit Guyana en Trinidad. Iedere lente, op de zondag na de eerste volle maan op de Hindu-kalender, vieren ze Phagwah of Holi -het nieuwe Hindujaar- met een parade door de straten van Richmond Hill. Ze verjagen de winterse grijsheid door elkaar te kleuren met verf en poeder. Het is de grootste Phagwah-viering van Noord-Amerika en er komen duizenden mensen op af. Wij stonden erbij, keken ernaar en konden niet verhinderen dat we ook volledig gekleurd en bepoederd terug naar huis gingen. Voor foto's, klik hier.

Montauk


Dit weekend gingen we wandelen in Montauk. Dat is het verste puntje op de Zuidelijke vork van Long Island. We werden vergezeld door Juan (Colombia) en Boris (Ecuador). 't Was er prachtig.

dinsdag 10 maart 2009

Trendspotting te Chelsea

Vorige zaterdag was het plotseling t-shirtweer. Wij waren in Chelsea, waar het aangenaam toeven was. De overwegend homoseksuele populatie leefde duidelijk op en flaneerde perfect gekapt, gebrild, geschoeid en gekleed door Chelseas avenues. Een festijn voor peoplewatchers. De nieuwste trend echter dit voorjaar: een leiband met daaraan een mini-tekkel... zucht.

[de foto komt van hier]

De saga van 't brood - deel 3

Ik ben dus nog altijd aan het broodbakken en het lukt perfect. Ik heb nu zelfs een nog beter recept gevonden in mijn nieuw kookboek Vegan Planet. Met minder gist en meer bloem. In de culinaire droomwinkel Sahadi's in Brooklyn haal ik af en toe een voorraadje noten of gedroogd fruit, die ik vervolgens in dat deeg prop. Ik heb er ook al eens een geraspte courgette in verwerkt, maar die bleek na het bakken gewoon onvindbaar! Er zaten zelfs geen groene spikkeltjes in de boterhammen! 
Vorig weekend heb ik me eens aan pizzadeeg gewaagd, volgens een recept uit datzelfde kookboek. Het was de eerste warme dag en onze verwarming stond niet aan, dus ik zag alweer een mislukte rijzing voor me opdoemen. Maar de oplossing was simpel, ambachtelijk en goedkoop. Benodigdheden: een zetel, een vriendje, een fleece-dekentje en een laptop. Leg de twee deegbolletjes in een braadslee, overspan met huishoudfolie. Zet uw vriendje in de zetel. Schik achtereenvolgens de braadslee, het fleece-dekentje en de laptop op vriendjes schoot. En rijzen dat dat deed!

Langs ramen en deuren

Amerikaanse huizen zijn over het algemeen gemaakt van houten planken. Ze zien er niet al te stevig uit en je vraagt je af wat er zal gebeuren als er eens een serieus windhooske passeert. Enkele beglazing en de afwezigheid van isolatie is hier ook standaard. Alles lijkt gebouwd alsof er hier een tropisch klimaat heerst. Als je 's winters op restaurant gaat, zorg dat je ergens in het midden van de ruimte komt te zitten. Zeker NIET bij het raam of bij een buitenmuur als je wil vermijden dat je verkleumd bent tot op het bot. Tot daar het uitlachen. Want eigenlijk zorgt die toestand ervoor dat er op enorme schaal keihard verspild wordt. Mensen stoken tegen de sterren op om die wekenlang aanhoudende vriestemperaturen buiten te houden. Moest je in de winter eens in onze buurt rondlopen met zo'n warmtecamera, het zou vreselijk zijn om te zien dat al die kostbare energie langs ramen en deuren buitenvliegt. De collega's van Diederik delen samen een huisje op Long Island. Het is een alleenstaand huis en ook voor geen meter geïsoleerd. Begin oktober lieten ze hun olietank volledig opvullen. Ze betaalden daarvoor een slordige 1800 dollar. Midden januari was die tank gewoon LEEG. En dat terwijl dat huis nooit overdreven warm is en er altijd wel een tochtje door waait...
Ik mag niet denken aan al die families die nu aan het krabben zijn om zelfs maar voeding te kunnen betalen voor hun gezin (1.3 miljoen mensen zijn daarvoor in New York City afhankelijk van de voedselbank). Als die dan ook nog eens in zo'n barak wonen en de stookkosten moeten ophoesten. Miserie!
Wij wonen in een appartement in een bakstenen huis uit de jaren dertig. De isolatie is ook niet denderend, maar die stenen muren en het feit dat het gebouw tegen een ander staat, helpt wel al wat. Maar toch. Onze centrale verwarming (zo van die typische oude radiatoren die me doen denken aan de lagere school) wordt voor het hele huis geregeld vanuit de kelder. Daar staat een sensor die de boel doet aan- en uitslaan als de buitentemperatuur schommelt. Toen ik in het begin vroeg waar we de temperatuur konden regelen, zei de huisbaas dat dat niet mogelijk was, maar dat we geen schrik moesten hebben. In de winter is dit het warmste gebouw van heel de stad, believe me! En als het te warm wordt, zet je gewoon de ramen even open [big smile].

[de foto bij dit stukje is getrokken in onze wijk en komt van deze site.]

maandag 9 maart 2009

Veggie New York

We krijgen wel eens de vraag of we het hier als vegetariërs wel kunnen overleven. Want in Amerika eten ze toch alleen maar vettige hamburgers? En ik kan iedereen gerust stellen: we lopen nog steeds vrolijk rond en ze hebben hier ook groenten en fruit in de supermarkt. Waar we wel een tijdje naar gezocht hebben zijn vleesvervangers. Tofu hebben ze praktisch overal, maar dat smaakt zo ongeveer naar niets, dus enige afwisseling is wel leuk. Pas na een aantal supermarktbezoekjes ontdekte ik dat vegetarische dingen hier gecamoufleerd worden opgesteld! Er staat dan in supergrote letters CHICKEN op, en dan in kleine lettertjes daarachter: less, dat is dan een CHICKENless BURGER. Of nog: noMEAT BALLS en meatless CANADIAN BACON. Niet verwonderlijk dat we daar in het begin straal voorbij liepen. Nu nog leg ik die producten maar aarzelend en met mondjesmaat in mijn mandje, na eerst de ingrediëntenlijst een paar keer te lezen, want eigenlijk willen we geen dingen eten met een chicken- of meatsmaak. Nu, eerlijk gezegd smaakt dat daar ook helemaal niet naar. Het is gewoon een marketingtruukje om Amerikaanse vegetariërs niet te stigmatiseren, haha, die dekselse carnivoren!

dinsdag 3 maart 2009

Gisteren in Central Park...

dit wankelende creatuur!

zaterdag 28 februari 2009

Dinner and a movie - net als in de film

We ontmoetten E., een Vlaams meisje dat al vijf jaar in New York woont. Veel indrukken over Amerika en haar inwoners deelden we. Zo laat ook zij op geregelde tijdstippen groentenbouillonblokjes overkomen omdat dat hier onvindbaar is. 
Een ervaring die zij al heeft opgedaan -en waar wij gelukkig niet aan moeten beginnen- is een Amerikaans lief zoeken. Ze vertelde dat het ECHT gaat zoals in de film: heel traditioneel en volgens een vast patroon. Een man vraagt een vrouw om uit eten te gaan en een film te gaan kijken. Als het klikt, dan blijven ze afspreken. Pas als Het Gesprek gevoerd is, vormen ze een koppel. De man kondigt Het Gesprek aan met de woorden: 'I guess we have to talk', en dan ontspint er zich een -volgens E. behoorlijk genant- gesprek waarbij beide partijen bevestigen dat ze het zien zitten om officieel een koppel te vormen. Het vreemde is: je kan al maandenlang elkaar iedere dag zien en seksuele omgang hebben, zolang Het Gesprek er niet geweest is, vorm je geen koppel en kan er ook zonder probleem 'bedrogen' worden (!).
E. gruwt ook van het feit dat Amerikanen -de vrouwen nog erger dan de mannen- geobsedeerd zijn door trouwen. Hun opperste doel, ongeacht het aantal diploma's dat ze in handen hebben, is trouwen en kinderen krijgen. De Amerikaanse huisgenotes van E. begrijpen niet dat zij daar zo nuchter tegenover staat en dat eigenlijk niet per se wil... Ze zijn verontwaardigd en hebben medelijden als E. naar haar vriend gaat om samen te koken: 'Wat? Neemt hij je niet mee uit eten? Komt hij je niet ophalen??'
Rare jongens, die Amerikaantjes...

woensdag 4 februari 2009

Happy 4706, 4707 of 4646!

Vorige week vierden de Chinezen heel de week hun eigen Nieuwjaar. Zondag ging er een parade door Chinatown in Manhattan. We waren eigenlijk net te laat om die te zien, maar we zagen wel heel veel blije Chinese families die snipperknallers lieten ontploffen en allerlei kleurige en fleurige attributen bij zich hadden. Het jaar van de os werd dus feestelijk ingezet. Blijkbaar hanteren ze niet echt een jaartelling en daarom zijn er verschillende data in omloop.
Eind de jaren 1850 arriveerden de eerste Chinese immigranten in New York. Ze maakten en verkochten sigaren. Daarna startten ze ook handwasserettes en restaurantjes. Langzaam groeide de groep Aziatische bewoners in de wijk en intussen is het New Yorkse Chinatown het tweede dichtstbevolkte van Amerika, na dat van San Francisco. Het leven in de Chinese wijk werd lange tijd gedomineerd door de zogenaamde Tongs, een soort clans met een eigen straatbende die bescherming en hulp gaven aan handelaars en bewoners. Er waren veel concurrerende Tongs en dus ook onderlinge 'oorlogen'. Het systeem heeft bestaan tot de jaren 1980.

Ondertussen op de universiteit

Diederik reist dus iedere dag een uur en een kwart vanuit Queens naar de universiteit in Stony Brook in ons blauwe wagentje, waarschijnlijk het kleinste autootje van New York. Diederik werd al een keer door een Johnny uitgedaagd om te racen en hij vond dat nogal vreemd, tot het hem inviel dat hij eigenlijk ook met een Johnnenbak voor 16-jarigen rondrijdt...
Maar terzake: de unief en zo. Ik ben zelf al enkele keren in Stony Brook geweest en dat is een gigantisch campuscomplex waar wegen doorlopen en waar een eigen politiedienst constant patrouilleert. Toch is het er qua studentenleven weinig soeps, maar hoe dat precies komt, weten we niet goed. In de eerste week moesten we er papierwerk in orde brengen. Ik heb toen kennisgemaakt met een van de secretaresses van het Ecology and Evolution-departement, waar Diederik deel van uitmaakt. Ze heet Donna en is ongeveer 55. Ze is opgegroeid op Long Island en is in heel haar leven nog maar twee keer op reis geweest, namelijk naar Arizona om familie te bezoeken. Donna is een superbehulpzame en vriendelijke vrouw. Haar bureau is versierd met kitscherig-melige prenten van cowboys en indianen en allerlei beeldjes in dezelfde country-stijl. Ze heeft een beige daimen vest met van die cowboyfriezels aan. Op haar computer prijkt een cowboyhoed. Ik heb echt mijn best moeten doen om niet met open mond rond te gapen naar al dat fraais. Diederik vertelde me later dat die hoed geen ornament is, maar dat ze die effectief ook draagt. 
Het bureau van Diederik is een raamloos geval dat al de bijnaam 'de bunker' kreeg. Hij deelt het met twee collega's: een Zwitser (Olivier) en een Colombiaan (Juan). Daartegenover in de gang zitten de drie secretaresses en af en toe worden Didi en co genoodzaakt om hun deur dicht te doen. Hun concentratievermogen kan namelijk niet altijd concurreren met het gekakel van de overkant. Op Halloween stuurde Diederik me vanuit zijn bureau een noodkreet: ik denk dat ik vroeg naar huis kom vandaag... Donna loopt al de hele dag rond met een zwart-wit geschminkt gezicht en met een skeletpak aan, help! 
De professor is dan weer een prettig gestoorde vrouw van eind de dertig. Ze heeft Diederik en Olivier al eens uitgelachen omdat die iedere middag hun zelf meegebrachte maaltijd opeten. With your tiny cup of soup and your home-made sandwiches, tsss Europeans! Ze praat enorm snel en houdt ervan om gezellig discussies te voeren met een pintje erbij. Toen we in het begin bij haar logeerden werd ze bijna gek van een debat op tv met Sarah Palin: ze ijsbeerde door het huis en riep: Nee! ik wil het niet horen, ik wil het niet zien! Ze reist af en toe naar Zuid-Amerika en zowel haar huis als haar gang op de unief zijn behangen met kleurrijke doeken, tegels, prenten en posters. Op Stony Brook heeft ze een kantoor MET vensters en Juan vertelde laatst op cafe hoe dat komt: het gebouw heeft blijkbaar een gebrek aan bureau's met vensters, dus is de officiele regel dat enkel professors een dergelijk bureau krijgen. Prof worden is dus de boodschap als je enig besef wilt hebben van het weer of de stand van de zon.
Bovenal heeft Diederik al enorm veel bijgeleerd van de prof en van zijn collega's en alle bekende sprekers (in de ecologiewereld, dan toch) die naar de unief komen. Hoe het in detail zit met de pronostiek Parkiet versus Boomklever, dat moeten jullie maar eens aan Diederik zelve vragen.

maandag 2 februari 2009

De koude trotseren - een berichtje over het weer

Blijkbaar is het in Belgie behoorlijk aan het winteren, maar hier kunnen ze er ook wat van. Sneeuw, temperaturen die weken niet boven het nulpunt uitkomen en daarbovenop een ijzige wind. De lucht blijft wel hemelsblauw en de zon schijnt dapper, dus de deprimerende Belgische grijsheid ondervinden we hier niet. De oplossing voor al deze guurheid: laagjes! Een paar topjes, een viertal t-shirts en een stuk of wat truien. Daarboven jas, sjaal, handschoenen, oorwarmers en muts. Zo waren we bestand tegen een strandwandeling op Fort Tilden. Veel foto's kon ik wegens kans op afvriezende ledematen niet trekken, maar deze ex-militaire basis deed eerder vreemd en desolaat aan, met heel wat verlaten gebouwen die op instorten staan. Er zijn wel opknappingswerken gebeurd, dus we vermoeden dat er zich in de zomer heel wat zonnebaders op het strand komen vleien. Enkele van de leegstaande militaire gebouwen zijn in gebruik genomen door artisten die er hun atelier hebben en hun werken verkopen. Over een paar jaar is het misschien wel the place to be...

De Amerikaan en zijn auto

Niets zo onafscheidelijk als een Amerikaan en zijn trouwe vierwieler... In het begin let je vooral op de grootte, de blinkendheid en de kleuren van de auto's, maar gaandeweg merkten we ook andere dingen op. De hele voorsteedse Amerikaanse maatschappij lijkt opgebouwd in functie van 'het komen en gaan met de auto'. Een knus restaurantje of pizzeria in een gezellig zijstraatje? Bestaat niet! Als je op zoek bent naar een plaats om te eten, steven dan met je wagen op een van de shoppingmalls af, alomtegenwoordig langs de drukke verbindingswegen. Daar, geprangd tussen een gigantische winkel met bureaumateriaal en een schoenengigant, vind je misschien wel iets eetbaars. Verwacht een keten, verwacht geen bestek, geen borden. ALS je er al ter plekke kan eten, krijg je een wegwerpbord en mag je ditobestek zelf samenscharrelen aan een tafeltje waar ook de servetten en de peper- en zoutstelletjes uitgestald staan. Liefst hebben ze dat je in je auto eet (dat doen ze hier dan ook echt, alsof dat NORMAAL is) of dat je het geheel mee naar huis neemt.
Op een bepaald moment wilden we eens geld afhalen en we bemerkten een filiaal van onze Amerikaanse bank (geld afhalen bij een andere bank betekent een zestal dollar extra betalen). We stapten uit, maar vonden er niet direct de bancontactautomaat. Een bediende gaf ons enkele aanwijzingen, maar echt duidelijk was het niet. Tot we merkten dat we IN onze auto moesten stappen, NAAST de bank moesten rijden om VANUIT de auto, DRIVE-THRUgewijs geld af te halen! Ook de Drive-thru apotheker en drive-thru wasserette zijn hier schering en inslag.
En dan de 'cupholder'. Iedere auto, ook in Europa, heeft wel een uitschuifbaar klepje waar je een blikje of flesje in kwijtkan en dat superhandig is, maar meer ook niet. Hier is deze zogenaamde 'cupholder' van staatsbelang. Dat komt ook wel door het overdreven koffiegebruik in Amerika. Het is niet uitzonderlijk dat je om zes uur 's avonds mensen over straat ziet banjeren met een literbeker koffie. En de koffieketen Starbucks is 's avonds niet minder bevolkt als 's morgens. Na aankoop van een beker koffie -bij een koffieketen, in de shoppingmall- wordt deze in de cupholder geschoven en tijdens het rijden opgedronken. Even gezellig een kopje koffie GAAN drinken is dus niet echt iets wat ze hier doen. Sommige auto's zijn zelfs extra geavanceerd en hebben een verwarmde cupholder, aansluitbaar op de aanstekerfunctie waardoor die liter koffie warm blijft tot op het eind.
Wandel je te voet in een dorp omdat de winkel of de pizzeria op loopafstand is, dan wordt je geconfronteerd met de afwezigheid van voetpaden en auto's die nog nooit rekening hielden met een eventuele zwakke weggebruiker. Niemand van boven de zestien loopt te voet op straat, tenzij je marginaal, zonderling of Europeaan bent. Er wordt dan wel eens gelachen: 'Jullie, Europeanen, gaan altijd overal te voet naartoe'...
Gelukkig, echt super gelukkig, wonen wij in New York City. Ook daar rijden er ongelooflijk veel auto's, maar in heel Amerika staan ook New Yorkers bekend als 'mensen die alles te voet willen doen'. In Manhatten is dan ook alles te voet bereikbaar en je moet al gek zijn om daar met een auto te willen manoeuvreren, laat staan hem iedere keer geparkeerd te krijgen. Andere Amerikanen raken hier gedesorienteerd omdat er geen malls zijn, waar alles zo mooi bij elkaar geduwd is met een gigantische parking erbij. Maar wij zijn o, zo blij met een knus restaurantje in een gezellig zijstraatje waar we wandelend kunnen komen aanzetten.