woensdag 4 februari 2009

Happy 4706, 4707 of 4646!

Vorige week vierden de Chinezen heel de week hun eigen Nieuwjaar. Zondag ging er een parade door Chinatown in Manhattan. We waren eigenlijk net te laat om die te zien, maar we zagen wel heel veel blije Chinese families die snipperknallers lieten ontploffen en allerlei kleurige en fleurige attributen bij zich hadden. Het jaar van de os werd dus feestelijk ingezet. Blijkbaar hanteren ze niet echt een jaartelling en daarom zijn er verschillende data in omloop.
Eind de jaren 1850 arriveerden de eerste Chinese immigranten in New York. Ze maakten en verkochten sigaren. Daarna startten ze ook handwasserettes en restaurantjes. Langzaam groeide de groep Aziatische bewoners in de wijk en intussen is het New Yorkse Chinatown het tweede dichtstbevolkte van Amerika, na dat van San Francisco. Het leven in de Chinese wijk werd lange tijd gedomineerd door de zogenaamde Tongs, een soort clans met een eigen straatbende die bescherming en hulp gaven aan handelaars en bewoners. Er waren veel concurrerende Tongs en dus ook onderlinge 'oorlogen'. Het systeem heeft bestaan tot de jaren 1980.

Ondertussen op de universiteit

Diederik reist dus iedere dag een uur en een kwart vanuit Queens naar de universiteit in Stony Brook in ons blauwe wagentje, waarschijnlijk het kleinste autootje van New York. Diederik werd al een keer door een Johnny uitgedaagd om te racen en hij vond dat nogal vreemd, tot het hem inviel dat hij eigenlijk ook met een Johnnenbak voor 16-jarigen rondrijdt...
Maar terzake: de unief en zo. Ik ben zelf al enkele keren in Stony Brook geweest en dat is een gigantisch campuscomplex waar wegen doorlopen en waar een eigen politiedienst constant patrouilleert. Toch is het er qua studentenleven weinig soeps, maar hoe dat precies komt, weten we niet goed. In de eerste week moesten we er papierwerk in orde brengen. Ik heb toen kennisgemaakt met een van de secretaresses van het Ecology and Evolution-departement, waar Diederik deel van uitmaakt. Ze heet Donna en is ongeveer 55. Ze is opgegroeid op Long Island en is in heel haar leven nog maar twee keer op reis geweest, namelijk naar Arizona om familie te bezoeken. Donna is een superbehulpzame en vriendelijke vrouw. Haar bureau is versierd met kitscherig-melige prenten van cowboys en indianen en allerlei beeldjes in dezelfde country-stijl. Ze heeft een beige daimen vest met van die cowboyfriezels aan. Op haar computer prijkt een cowboyhoed. Ik heb echt mijn best moeten doen om niet met open mond rond te gapen naar al dat fraais. Diederik vertelde me later dat die hoed geen ornament is, maar dat ze die effectief ook draagt. 
Het bureau van Diederik is een raamloos geval dat al de bijnaam 'de bunker' kreeg. Hij deelt het met twee collega's: een Zwitser (Olivier) en een Colombiaan (Juan). Daartegenover in de gang zitten de drie secretaresses en af en toe worden Didi en co genoodzaakt om hun deur dicht te doen. Hun concentratievermogen kan namelijk niet altijd concurreren met het gekakel van de overkant. Op Halloween stuurde Diederik me vanuit zijn bureau een noodkreet: ik denk dat ik vroeg naar huis kom vandaag... Donna loopt al de hele dag rond met een zwart-wit geschminkt gezicht en met een skeletpak aan, help! 
De professor is dan weer een prettig gestoorde vrouw van eind de dertig. Ze heeft Diederik en Olivier al eens uitgelachen omdat die iedere middag hun zelf meegebrachte maaltijd opeten. With your tiny cup of soup and your home-made sandwiches, tsss Europeans! Ze praat enorm snel en houdt ervan om gezellig discussies te voeren met een pintje erbij. Toen we in het begin bij haar logeerden werd ze bijna gek van een debat op tv met Sarah Palin: ze ijsbeerde door het huis en riep: Nee! ik wil het niet horen, ik wil het niet zien! Ze reist af en toe naar Zuid-Amerika en zowel haar huis als haar gang op de unief zijn behangen met kleurrijke doeken, tegels, prenten en posters. Op Stony Brook heeft ze een kantoor MET vensters en Juan vertelde laatst op cafe hoe dat komt: het gebouw heeft blijkbaar een gebrek aan bureau's met vensters, dus is de officiele regel dat enkel professors een dergelijk bureau krijgen. Prof worden is dus de boodschap als je enig besef wilt hebben van het weer of de stand van de zon.
Bovenal heeft Diederik al enorm veel bijgeleerd van de prof en van zijn collega's en alle bekende sprekers (in de ecologiewereld, dan toch) die naar de unief komen. Hoe het in detail zit met de pronostiek Parkiet versus Boomklever, dat moeten jullie maar eens aan Diederik zelve vragen.

maandag 2 februari 2009

De koude trotseren - een berichtje over het weer

Blijkbaar is het in Belgie behoorlijk aan het winteren, maar hier kunnen ze er ook wat van. Sneeuw, temperaturen die weken niet boven het nulpunt uitkomen en daarbovenop een ijzige wind. De lucht blijft wel hemelsblauw en de zon schijnt dapper, dus de deprimerende Belgische grijsheid ondervinden we hier niet. De oplossing voor al deze guurheid: laagjes! Een paar topjes, een viertal t-shirts en een stuk of wat truien. Daarboven jas, sjaal, handschoenen, oorwarmers en muts. Zo waren we bestand tegen een strandwandeling op Fort Tilden. Veel foto's kon ik wegens kans op afvriezende ledematen niet trekken, maar deze ex-militaire basis deed eerder vreemd en desolaat aan, met heel wat verlaten gebouwen die op instorten staan. Er zijn wel opknappingswerken gebeurd, dus we vermoeden dat er zich in de zomer heel wat zonnebaders op het strand komen vleien. Enkele van de leegstaande militaire gebouwen zijn in gebruik genomen door artisten die er hun atelier hebben en hun werken verkopen. Over een paar jaar is het misschien wel the place to be...

De Amerikaan en zijn auto

Niets zo onafscheidelijk als een Amerikaan en zijn trouwe vierwieler... In het begin let je vooral op de grootte, de blinkendheid en de kleuren van de auto's, maar gaandeweg merkten we ook andere dingen op. De hele voorsteedse Amerikaanse maatschappij lijkt opgebouwd in functie van 'het komen en gaan met de auto'. Een knus restaurantje of pizzeria in een gezellig zijstraatje? Bestaat niet! Als je op zoek bent naar een plaats om te eten, steven dan met je wagen op een van de shoppingmalls af, alomtegenwoordig langs de drukke verbindingswegen. Daar, geprangd tussen een gigantische winkel met bureaumateriaal en een schoenengigant, vind je misschien wel iets eetbaars. Verwacht een keten, verwacht geen bestek, geen borden. ALS je er al ter plekke kan eten, krijg je een wegwerpbord en mag je ditobestek zelf samenscharrelen aan een tafeltje waar ook de servetten en de peper- en zoutstelletjes uitgestald staan. Liefst hebben ze dat je in je auto eet (dat doen ze hier dan ook echt, alsof dat NORMAAL is) of dat je het geheel mee naar huis neemt.
Op een bepaald moment wilden we eens geld afhalen en we bemerkten een filiaal van onze Amerikaanse bank (geld afhalen bij een andere bank betekent een zestal dollar extra betalen). We stapten uit, maar vonden er niet direct de bancontactautomaat. Een bediende gaf ons enkele aanwijzingen, maar echt duidelijk was het niet. Tot we merkten dat we IN onze auto moesten stappen, NAAST de bank moesten rijden om VANUIT de auto, DRIVE-THRUgewijs geld af te halen! Ook de Drive-thru apotheker en drive-thru wasserette zijn hier schering en inslag.
En dan de 'cupholder'. Iedere auto, ook in Europa, heeft wel een uitschuifbaar klepje waar je een blikje of flesje in kwijtkan en dat superhandig is, maar meer ook niet. Hier is deze zogenaamde 'cupholder' van staatsbelang. Dat komt ook wel door het overdreven koffiegebruik in Amerika. Het is niet uitzonderlijk dat je om zes uur 's avonds mensen over straat ziet banjeren met een literbeker koffie. En de koffieketen Starbucks is 's avonds niet minder bevolkt als 's morgens. Na aankoop van een beker koffie -bij een koffieketen, in de shoppingmall- wordt deze in de cupholder geschoven en tijdens het rijden opgedronken. Even gezellig een kopje koffie GAAN drinken is dus niet echt iets wat ze hier doen. Sommige auto's zijn zelfs extra geavanceerd en hebben een verwarmde cupholder, aansluitbaar op de aanstekerfunctie waardoor die liter koffie warm blijft tot op het eind.
Wandel je te voet in een dorp omdat de winkel of de pizzeria op loopafstand is, dan wordt je geconfronteerd met de afwezigheid van voetpaden en auto's die nog nooit rekening hielden met een eventuele zwakke weggebruiker. Niemand van boven de zestien loopt te voet op straat, tenzij je marginaal, zonderling of Europeaan bent. Er wordt dan wel eens gelachen: 'Jullie, Europeanen, gaan altijd overal te voet naartoe'...
Gelukkig, echt super gelukkig, wonen wij in New York City. Ook daar rijden er ongelooflijk veel auto's, maar in heel Amerika staan ook New Yorkers bekend als 'mensen die alles te voet willen doen'. In Manhatten is dan ook alles te voet bereikbaar en je moet al gek zijn om daar met een auto te willen manoeuvreren, laat staan hem iedere keer geparkeerd te krijgen. Andere Amerikanen raken hier gedesorienteerd omdat er geen malls zijn, waar alles zo mooi bij elkaar geduwd is met een gigantische parking erbij. Maar wij zijn o, zo blij met een knus restaurantje in een gezellig zijstraatje waar we wandelend kunnen komen aanzetten.

dinsdag 27 januari 2009

De NYPD, uw vriend...


Eerder al had ik eens tussen de lijnen mijn beklag gedaan over het feit dat je hier niet mag drinken op straat, met als gevolg dat er hier nergens dreupelkotjes of iets dergelijks te vinden zijn. Het is ons na al die maanden ook opgevallen dat er hier VANALLES niet mag. Overal hangen er regeltjes: Absoluut niet met de bal spelen (aan een appartementsblok in de buurt), Geen alcoholische dranken (aan de ingang van een natuurdomein annex camping-met-barbecueplekjes), Geen fietsers of skaters (op een megabreed voetpad op een dijk aan het water). Soms is het zelfs echt moraliserend: Laat uw kinderen niet alleen thuis (in de cinema). Toen ik verbijsterd met mijn vinger naar die regel wees, waarschuwde Diederik mij voor de volgende regel: Raak dit bordje niet aan! (djeezes). Bij vele regeltjes staat er dan ook nog eens in grote letters bij IT'S THE LAW! Een andere wet hier is dat je geen alcohol mag drinken voor je 21ste, maar dat betekent meteen ook dat je nauwelijks ergens binnen mag waar alcohol geschonken wordt. Neem nu de Bowling, daar moet je je identiteitsbewijs tonen en ben je onder de 21 jaar, dan wordt de toegang je ontzegd. Ook in alle leuke cafeetjes waar we uitgaan, moeten we onze identiteitskaart tonen.

Met onze bezoekers belandden we in het dansplekje (of noem het Da Club) genaamd 'Fat Baby'. De sfeer zat er goed in, de drankjes waren lekker en de muziek zeer dansbaar. Plots spotte ik een gast met NYPD op zijn jasje. Diederik dacht eerst dat het om een idioot ging die zo'n fake-politie T-shirt aan had, maar het bleek een echte cop met een piellamp... En in de andere hoek van de dansvloer stonden er nog twee. Meteen was de helft van de dansvloer leeg. New Yorkers feesten blijkbaar liever niet in het gezelschap van flikken.
Een van onze vriendjes vroeg verschillende keren tevergeefs aan een 'officer' wat er aan de hand was, maar blijkbaar dient de politie hier niet om uitleg te verschaffen. Bij de derde poging blafte de politie dat hij moest opkrassen en waar hij eigenlijk vandaan kwam (zo'n land waar je de politie zomaar begint aan te spreken of wa?).Wij keken nog even de kat uit de boom, maar toen de muziek werd stilgelegd en iedereen verzocht werd het pand te verlaten, trapten ook wij het verontwaardigd af. Het barpersoneel zag meteen een deel van hun verdiensten de mist in gaan, zij verdienen immers meer aan de fooien dan aan hun officiele loon.

De oorzaak van heel deze heisa was blijkbaar wat dronken passanten van minder dan 21 jaar waarvan de politie veronderstelde dat ze van Fat Baby kwamen en deden ze een 'gewone routinecontrole'. Moeten ze daarvoor nu echt de hele bar leeghalen? Ik dacht dat er in deze stad wel belangrijkere dingen te doen waren voor the police force... The land of the Free, jaja...

Bezoek!

Onze eerste lading Belgische bezoekers staat alweer veilig met de voetjes op vaderlandse bodem. We profiteerden van hun aanwezigheid om eens goed de toerist uit te hangen en hebben dus weer allerlei nieuwe stukjes van de stad gezien. Eerlijk: hoe beter ik New York begin te kennen, hoe cooler ik de stad vind.

We bezochten:

- de Brooklyn Bridge (blijft indrukwekkend)
- Central Park (blijft tof)
- Museum of Modern Art (wijs!)
- Whitney museum of American Art (er liep een goeie tentoonstelling van die dradenplooier (Alexander Calder) en een schitterende fotoreeks van William Eggleston)
- The Frick Collection (zo klassiek als kunst maar kan zijn)
- dia:beacon (met supergrote kunstwerken waar je in kan lopen)
- Museum of Natural History (al goesting om er nog eens naartoe te gaan)
- Fifth avenue met Trump Tower, Grand Central Station en The Public Library - en niet te vergeten de Disney Store
- Rockefeller Plaza (net op tijd om de kerstboom een laatste keer te bewonderen) met de Radio City Music Hall (waar we tickets kochten voor de Gipsy Kings om dat gebouw toch eens vanbinnen te kunnen zien tegen een normale prijs) en een superleuke winkel (waar ik schoentjes vond in de solden)
- Times Square (alwaar ze op hun nieuwskrant eerder een vreemde mededeling hadden over ons, Belgen...), en een paar dagen later alweer op dat kruispunt gestaan voor de eedaflegging van Obama, tussen alle fiere New Yorkers: awesome!

De foto's achter de linken zijn niet alleen van mij, maar ook van Isolde en Bie en zijn alvast een voorsmaakje voor toekomstige New York-bezoekers :-)

De bezoekers merkten een aantal dingen op die ons al niet meer opvallen en het eerste wat ze stuk voor stuk aanschaften waren oormutsjes! Ze vonden bijvoorbeeld alles BIG. Natuurlijk de gebouwen in de stad, maar ook onze ijskast, de keukenrol en de pinten op cafe. Wij deden er dan nog een schepje bovenop door in de plaatselijke macro van die giga-zakken chips te kopen en de mensen daarmee te shockeren. Nuja, het IS ook gewoon overdreven :-)

donderdag 1 januari 2009

Cape Codders, New Born Christians en Bostonians

Tussen Kerst en Nieuw trokken we Noordwaarts. Bestemming: Cape Cod en Boston.

Cape Cod is een schiereiland langs de oostkust in de staat Masachusetts, met langgerekte zandstranden en enorme duinen, moerasbossen en wetlands. In de zomer is het er een drukte van jewelste, in de winter kom je er enkel locals en een eenzame birdwatcher tegen. Perfect voor ons dus :-).

We sliepen vier nachten in de 'Olde Tavern Inn', in Orleans, waar we ontvangen werden door de supervriendelijke dertigjarige Brandon. Op de website van deze 'Inn' staat een hilarisch welkomstfilmpje, dat ongetwijfeld menige Amerikaanse huisvrouw zal charmeren. Toen we langs onze neus weg dat filmpje vermeldden, vroeg hij ongerust of het niet te dorky was, hehe.

Trails

We maakten enkele prachtige wandelingen op het strand bij valavond met twintig meter hoge duinen aan de ene kant en de wilde Atlantische Oceaan aan de andere. Er waren geen andere wandelaars te bespeuren.
Tijdens de Fort Hill-wandeling in Eastham leerden we dat de allereerste pelgrims uit Europa zich hier vestigden, op de vlucht voor de godsdienstvervolging in Engeland. Kerk en staat waren in deze Puriteinse gemeenschappen uiteraard niet gescheiden en een dominee stond aan het hoofd van de gemeente Eastham. Hij verplichtte alle bewoners -inclusief de indianenbevolking- om de mis bij te wonen op zondag. Wie dit niet deed en "slothfully doe lurke att home" werd vervolgd. Wie op zondag tabak rookte in een straal van twee mijl rond de kerk, moest een boete van twaalf pence betalen en wie 'de geschriften' tegensprak, kreeg een lijfstraf. Zo ging het er dus bij de allereerste Amerikanen aan toe. We beginnen te begrijpen dat de godsdienstgekte in dit land blijkbaar ingevoerd is door de eerste blanken en nooit echt weggegaan is...

Jo Mama's

In het koffiehuisje Jo Mama's, vlakbij ons hotelletje gingen we elke ochtend ontbijt halen. Je kan er superlekkere versgebakken bagels krijgen. Bagels zijn ronde broodjes die qua structuur te vergelijken zijn met mastellen. In het midden zit een gat of een putje. Je kan kiezen tussen verschillende soorten (bv. met sesamzaad, maanzaad, kaneel en rozijnen, pumperninkel, of de Everything-bagel, die alle soorten zaadjes en ook gedroogde ajuin als 'topping' heeft). Daarna moet je een beleg kiezen. Dit zijn meestal spreads op basis van roomkaas. In de Jo Mama's hadden ze bijvoorbeeld look-kruiden, artisjok-mosterd, maple-walnoot,... heerlijk!

De Cape Codder

In de populaire bar 'Land Ho!' waren de cocktails lekker, maar straf. We moesten er echt van profiteren, want de kostprijs van deze drankjes was maar half zo hoog als in New York City. Ik kan vanaf nu met enige fierheid zeggen dat ik de -blijkbaar redelijk bekende cocktail- 'Cape Codder' voor het eerst gedronken heb OP Cape Cod. Het is een Vodka-Veenbessensapdrankje dat zeer goed binnengiet. Diederik bleef trouw aan Gin-Tonic, met als enige voorwaarde uiteraard het gebruik van Bombay Sapphire Gin, wat geen enkel probleem was. De volgende morgen waren onze hoofden even mistig als de omgeving, maar na een koffie'tje was alles weer min of meer ok.

Nobody f**** with the Jesus

In een folder hadden we gelezen dat we bij laag tij zeehonden konden spotten op de zandbanken voor het haventje van het dorp Chatham. Het laagtij viel ongeveer bij zonsondergang, dus we posteerden ons tegen de avond op de Fishpier. Enkele zeehondenkopjes kwamen nu en dan boven water en er waren zelfs twee durvers die het haventje binnenzwommen in de hoop op wat visafval van een boot. Diederik ontdekte plots op een verdere zandbank honderden zeehonden. Intussen waren we aan de praat geraakt met een koppel vijftigers, Janet en Paul. En toen het donker begon te worden, nodigden ze ons uit om bij hen thee te komen drinken. Ze waren ook op vakantie op Cape Cod en wonen in de buurt van Boston. We kregen dus een heleboel nuttige tips voor onze trip naar Boston. Een half uur ging alles goed, tot de twee plots over hun geloof begonnen. Beurtelings vertelden ze de gebeurtenissen in hun leven en hoe die gerelateerd waren met Jezus. Ze vertelden hoe ze zich bekeerd hadden en waarom alle andere godsdiensten de verkeerde richting hadden gekozen (de joden slaan volgens hen bewust stukken over als ze de bijbel lezen, en de moslims -door hen bruutweg 'Arabs' genoemd- stammen af van het bastaardkind van Abraham - compleet geillustreerd met een stamboom en al). Ze gaven ons drie kleine cartoonboekjes mee, klaarblijkelijk bedoeld voor beginners en beinvloedbare labielen, waarin met prentjes en simplistische zinnetjes het einde der tijden uit de doeken wordt gedaan, het gevaar van de Duivel wordt beschreven en het enige antwoord op al je vragen wordt gegeven: Jesus. Na een half uur prediken, vonden ze zelf waarschijnlijk dat dit wel volstond voor ongelovige Europeanen die in het Sodom van deze wereld (want dat is New York City nu eenmaal) komen wonen waren. Waarschijnlijk bidden ze momenteel voor ons zieleheil...
Lichtjes geschokt reden we weg, tevreden dat we deze mensen nooit meer hoeven te zien, maar ook dat we dit meegemaakt hebben. Dit waren rasechte godsdienstextremisten en ze zijn zeker niet de enigen. De New Born Christians hebben een enorme aanhang, en nu ik hun verhalen en hun versie van de realiteit heb gehoord, weet ik waar George Bush bepaalde van zijn uitspraken haalt. Behoorlijk angstaanjagend...

en dan naar Boston

We parkeerden ons autootje op een parking bij het station van Braintree, net buiten Boston en namen de metro naar de stad. In het gezelschap van een ijskoude noorderwind en de Lonely Planet van New England volgden we het Freedom Trail. Deze route is volledig gemarkeerd op de stoepen en loopt langs de plaatsen en gebouwen die belangrijk zijn voor de geschiedenis van de stad en van Amerika. Het was hier dat de onafhankelijkheidsstrijd van Amerika tegen de Engelsen begon. Opvallend is dat de helden uit die tijd pas een eeuw na hun daden standbeelden en gedenkplaatjes toegewezen kregen. Dit gebeurde op hetzelfde moment als het 'invoeren' van Thanksgiving als nationale feestdag. Ook het herdenken van deze patriottische helden was een manier om het nationale gevoel van de Amerikanen aan te wakkeren.
We betraden in Boston een stukje militair grondgebied, zij het dit keer niet illegaal. Een oorlogsschip uit de tweede wereldoorlog staat er open voor het publiek en is wel eens het bekijken waard.

In Little Italy aten we heerlijke pasta, geserveerd op een echt bord, met echt bestek in een gezellig restaurantje en achteraf genoten we van een cappuccino uit een echt kopje. Leve Europa!
Boston maakte op ons een heel relaxte en open indruk. We hadden het gevoel dat er meer ademruimte is dan in New York, waar alle gebouwen op elkaar gepakt staan. Deze stad zullen we in de lente zeker nog eens met een bezoekje vereren!