woensdag 28 oktober 2009

Schoon Gent

Ik vind dat ik nog één berichtje moet maken voor de blog [sommigen zeggen: het blog. Maar dat klinkt zo raar...] om er een deftig eind aan te breien. Anders stopt het zo plots.

Over terugkomen en al.
Dat was minder vreemd dan ik had verwacht. Alles in België is supervertrouwd. Ik had misschien gedacht dat het er klein zou lijken, maar dat is niet zo. Alleen de afstanden zijn nu wel veel "overbrugbaarder" dan voorheen. En 't is de max om met de fiets rond te sjezen langs 't water en over kasseien. Af en toe zwaaiend naar een bekende. Cuberdons zijn nog altijd megalekker en ook het tafelen is heerlijk. 't Was wel even wennen dat iedereen in de supermarkt en aan de naburige tafeltjes op café Nederlands spreekt. Eerst was er altijd een fractie van verwondering: "hé dat zijn Belgen... mja natuurlijk..."














En nu is de vraag of ik voor altijd ga stoppen met bloggen. De smeekbede van ene Maarten achter het vorige postje vraagt vast om meer. Maar dan past 'Big City Life' echt niet bij de situatie [allez, beziet die foto's, da's toch ongepast]. En over mijn leven in Gent valt niet zoveel nieuws te vertellen [hoewel hier in de citee en in mijn diverse vriendenkring wel altijd een roddelken te rapen valt, maar zwiert ge dat dan op het internet?]. Trouwens die Maarten heeft makkelijk praten, die kan onbezorgd bloggen over zijn ontmoetingen met ingebeelde Everts, Eddy's en Jean-Marie De Deckers.
Aan de andere kant lees ik zelf ook her en der op het wereldwijde web een heleboel interessante vertellingen. En nu ik begon met naailes en allerlei dingen in elkaar flans, is het misschien wel wijs om in die bloggende naaiwereld binnen te stappen...

Wie Weet, Waar [mee een Gentse rrrrr]...

maandag 21 september 2009

Summer 's almost gone [where will we be, when the summer 's gone]

Net voor we naar ons vaderland terugkeren, en net voor we ons blauw vehikel afstaan aan een volgende eigenaar, rolden we nog even drie uurtjes Noord. Alweer was Massachusetts onze staat van bestemming, dit keer het Westen, alwaar Mount Tom zich bevindt.
Vanop die 'Mount' zou je de trek van de roofvogels prachtig kunnen waarnemen. Zou. Want toen wij daarvoor op de uitkijktoren plaatsnamen, bleven de hawks waar ze waren en dus niet rond Mount Tom. Voor de rest was het er Prachtig: een schone riviervallei, een tof wetlandje, heerlijk geurende bossen in het begin van hun herfsttinten, en als kers op de taart een topweertje.

Terug thuis was het meteen aan de arbeid, want er hadden mensen onze spullen gekocht en die moesten dus verstuurd of afgehaald worden. We zijn eigenlijk een beetje verwonderd dat mensen uit Texas ons radiootje gekocht hebben en een meneer uit California onze ventilator... alsof dat daar niet te koop is. En met de postkosten erbij waren die spullen nu ook niet supergoedkoop, maar ach. We zijn al blij dat we dat gerief niet moeten dumpen of naar Belgie verschepen.

Diederik van zijn kant besloot vandaag officieel [al gaf hij er de waarschuwing bij dat hij niet wist of het ging lukken] te stoppen met zijn werk tot hij terug in Belgie geinstalleerd is -die twee dagen unief en een dag thuiswerken van volgende week niet meegerekend. Kuch. Toch: opluchting van mijnentwege, want ik begon me zorgen te maken over zijn gezondheid nadat hij ellenlange dagen in zijn raamloze kantoortje op computers zat te vloeken en de -weliswaar leuke, maar wel vele- nieuwe projectjes zich opstapelden, terwijl we volgende week wel bijna op de vlieger naar Belgie horen te zitten.

't Komt dus allemaal in orde. En ook wel zeer dichtbij. Raar.
Morgen komen ze deze tafel en stoelen halen.
Daarjuist de boekenkast.
Weggaan blijft iets vreemds.

Als dessertje: Massachusetts volgens de gids "Where to watch birds in Western Massachusetts".

woensdag 16 september 2009

...en weer terug.

en zo is ongemerkt die datum naderbij geslopen, en hebben we plots maar twee weekjes meer.
Er wordt vanalles in dozen gestopt. Zonder gordijnen, kussens en kaders is het hier al heel wat minder gezellig. De eerste meubeltjes raken verkocht. Onze auto blinkt op de verkoopsite. En mijn hart klopt onrustig, want weggaan is nooit leuk. Ik denk aan alle dingen die ik ga missen en maak er een lijstje van waar almaar meer op staat. Ik wil nog niet denken aan het vertrek, het moment dat we de deur definitief achter ons dichttrekken. Eerst nog even genieten.
Vorige week in Jamaica Bay, bijvoorbeeld,maakten we onze voetjes vuil ter bewondering van deze -en andere- exemplaren van onze gevelugelde vrienden:deze blauwpotigen laten zich 'Amerikaanse kluut' noemen en waren het bekijken wel eens waard. Maar het leukste was natuurlijk het door de modder struinen met bijhorende slurpgeluiden :-)).



dinsdag 8 september 2009

Ontluisterend gesprek

Vorige week had ik een doordeweeks cafégesprek met James, een gast die we al kennen sinds nieuwjaar en die fenomenaal grappige optredens geeft met zelfverzonnen liedjes. 't Gesprek over koetjes en kalfjes eindigde met de zin: 'ik moet nu naar huis, want ik moet morgen naar de rechtbank.' Dit was dus het begin van een heel nieuw verhaal: bleek dat hij tien jaar geleden enkele muziekinstrumenten had gekocht op afbetaling en dat hij niet tijdig en regelmatig had betaald. Zijn bank had die schulden doorgeschoven naar een zogenaamd 'collecting agency', dat aan je deur komt kloppen om de schulden te komen innen [freakyyy]. Dat collecting agency heeft blijkbaar ook de macht om beslag te leggen op je volledige bankrekening. Telkens er geld op je rekening gestort wordt, wordt dat onmiddellijk geïncasseerd door dat agency. Een geluk bij een ongeluk: lonen worden hier nog ouderwetserwijze uitbetaald in cheques. James leeft dus momenteel van cheque tot cheque. Hij gaat die dan innen in zo'n cheque-innings-kantoortje in plaats van in zijn bank. Dat bezoekje aan de rechtbank dient om een deal te sluiten met het collecting agency, zodat zijn rekening weer bruikbaar zou worden. Wat een verhaal!
In datzelfde gesprek kwam ook nog naar boven dat hij zich -met nochtans een deftige job- geen ziekteverzekering kan veroorloven omdat hij - en hier komt het - epilepsie heeft. Daardoor zou een ziekteverzekering hem een slordige 400 dollar per maand kosten. Groot schandaal!

Multilinguaal

Wanneer ik in België affiches of wegwijzers zag met doorstreepte Franse of Engelse woorden, met daarnaast in hanepoten: 'Vlaams!' gekalkt, dan draaide mijn maag. Net als wanneer ik lees dat de gebroeders Wouters doodsbedreigingen kregen omdat ze een liedje zingen over frieten en Walen... Doodsbedreigingen, begot! Vaak denk ik aan dergelijke kleine voorvallen als ik op de metro zit, tussen volk van over de hele wereld, waar affiches in twee, drie, vier verschillende talen hangen.
Is het doel van wegwijzers of affiches niet dat zoveel mogelijk mensen ze zouden begrijpen? En als er in een stad of land significant veel mensen wonen die een bepaalde taal spreken, is het dan niet logisch dat er ook affiches in hun taal gedrukt worden? Hoe is het mogelijk dat sommige mensen dit niet kunnen verdragen?

Hoofddoeken-gedoe

Hoofddoeken dragen achter het loket van de metro? Hier in New York kan dat zonder problemen. Hoewel... hier worden de hoofddoekendraagsters of tulbanddragers met iets anders geconfronteerd. De MTA (het metrobedrijf) wil dat alle hooddoeken en tulbanden blauw zijn en het MTA logo dragen. De eerste keer dat ik een dame met haar MTA-hoofddoek achter het loket zag zitten, vond ik dat schitterend. Ik dacht aan de hele heisa in Gent waar stadsbedienden geen hoofddoek zouden mogen dragen achter het loket en hoe hip het zou zijn om een Stad Gent-hoofddoek te ontwerpen. Maar blijkbaar vinden de loketbedienden in kwestie dit allesbehalve hip. Ze vinden het niet kunnen dat ze een bedrijfslogo moeten dragen op een religieus symbool, en daar kan ik nu ook wel inkomen... Moeilijke kwestie!
Na wat opzoekingswerk over de hele zaak, begrijp ik nog meer dat de werknemers zich gestigmatiseerd voelen. Na de aanslagen van 9/11 begon MTA systematisch mensen met een religieuze hoofdbedekking te verplaatsen naar jobs waar ze niet in aanraking kwamen met de klanten. Zo werden enkele moslima's die al jaren probleemloos als buschauffeur werkten, overgeplaatst naar het depot. Ook een Sikh-metrobediende mocht niet meer achter het loket zitten met zijn tulband aan. MTA werd daarvoor veroordeeld. Daarna kwamen ze op de proppen met hun nieuwe uniformvoorschriften: het kleur van de hoofddoek en het logo. De MTA wil duidelijk herkenbare personeelsleden, maar de betrokken werknemers voelen zich vooral gestigmatiseerd en gediscrimineerd omdat deze post-9/11-maatregel enkel geldt voor moslims en Sikh.
[de foto komt van hier]

donderdag 3 september 2009

Dan toch nog...

...een celebrity! Zaten we daar gezapig op het strand in Coney Island met onze nog ietwat slaperige Belgische bezoekers, schrokken we ons nu toch een hoedje toen we ineens deze superster in het vizier kregen. Mijn paparazzihartje ging snel tekeer, mijn megazoom klopte overuren en mijn wijsvinger werd stijf van 't foto's trekken.
Er werd nog discussie gevoerd of deze bevallige actrice nu bij de 'subtop', de 'top', of de 'supertop' van celebrities behoort. Kenners mogen zich steeds aanmelden met hun mening. De acteur die bij haar was, hadden we nog nooit gezien [behalve K., die zich 'Die Hard 4' nog zeer goed herinnert].

woensdag 26 augustus 2009

Concert de Tut

Altijd hoor je sirenes in Manhattan. De brandweer heeft er dan nog eens zo van die mega-claxons bovenop. Een tikkeltje vervelend is wel dat ze die sirenes nooit hun gang laten gaan... je hoort dus niet toetaatoetaa, maar wel toe..toeetaa..toe..toeee..toeeta...toee. Geen idee waarom ze dit doen.
Onze rustige Queense woonbuurt heeft minder last van ambulances, flikken of voorbijdenderende firefighters. Wij zitten met een ander soort concert: auto-alarmen. Om de vijf steppen gaat er hier wel eentje af. Er bestaan eindeloos veel variaties. In het begin keken we telkens verschrikt naar buiten in het gedacht van 'wordt er hier nu weeral ingebroken in een auto?' [de onze kon het gelukkig nooit zijn, want die heeft geen alarm - kuch]. Maar telkens bleken die auto's gewoon vanzelf te alarmeren. Te pas en Ten onpas.
Bovenop de auto-alarmen begon er ons ook iets raars op te vallen: getuut. Geclaxoneer. Honking. Zo redelijk subtiel: dan eens een keer, soms drie keer kort en twee keer lang, dan eens vier keer kort. Wij vonden dat: verdacht! We weten nog altijd niet wat het is, maar we denken aan een soort signaalsysteem van dealer naar dealer of van dealer naar kopers. Dealer in wat, geen idee... 't moet een beetje spannend blijven, he, maar 't zal waarschijnlijk wel niet het mostaardmanneken zijn...

dinsdag 25 augustus 2009

De eerste lading...

Van het postje naar de muur heb ik zo'n supergrote postzak bemachtigd ['k had gehoopt op zo'n echte postzak in gebroken witte stevige canvasstof, maar 't is zo'n plastieken veevoederzak. Ook goed, hoor, daarnietvan]. Daarin steken we alvast al onze boeken. In zo'n zak mag er 'gedrukt materiaal' zitten dat naar 1 enkel adres 'internationaal' moet verscheept worden. Ideaal dus! Heel die handel zal zes tot acht weken onderweg zijn, dus we kunnen dat nu al met een gerust hart naar onszelve versturen. Nu stelt er zich wel een probleempje want het Dikste Boek van allemaal is nog niet uit. Ik maakte het dit jaar mijn missie om Robert Fisks 'De Grote Beschavingsoorlog' helemaal uit te lezen, want dat is fenomenaal interessant, maar dus ook heel erg dik. En ik heb er nog allerlei andere, dunnere, sappigere boekjes tussendoor gelezen, en ook de Humo's die iedereen meebracht gretig verslonden. Voor op de metro was dat boek te zwaar, dus ik zit nog maar [nog maaaar] aan pagina 919 van de 1373... En dat boek zou eigenlijk echt wel meeMOETEN in die zak, want da's een paar kilo uitgespaard in onze bagage. Gelukkiglijk heb ik een nieuw gadget dat me kan helpen: een boekenknijpleeslampje ter waarde van 1 dollar. Dan moet ik, nadat ik nog wat lees in bed, niet meer uit bed komen om het groot licht uit te doen. En zo'n klein lampje is natuurlijk ook, juistja, veel gezelliger :-] grijns


dinsdag 18 augustus 2009

Het eindstadium

Wat een werk. En het is bijna af...
Joeppppiii :-)

Gezocht: mijn identiteit.

De Standaard titelt 'Geen Belgische slachtoffers van bankkaartfraude in de Verenigde Staten'. Ha nee, zeker! Op een mooie dag checkten we nog eens onze financiele toestand [die is trouwens hopeloos maar niet ernstig wegens een spoedige terugkeer naar goedkopere oorden] via PCbanking. Plotseling [en nu gaat er iets spannends gebeuren] zagen we daar een tweetal betalingskes die ons to-taal niet bekend voorkwamen. Twee dagen tevoren hadden wij zogezegd 35,44 en 47,94 dollars uitgegeven in een online winkel. Geen denken aan. Niet door ons gebeurd!
Wij gebeld naar de klantendienst van de Bank of America [naar 't schijnt, als er al een bank te boycotten valt, is het die wel, maar allez, 't was maar voor een jaar en we wisten dat niet op voorhand]. Daar moesten we tegen een computer spreken en bijvoorbeeld heel duidelijk zeggen wat het probleem was. Dat lukte van geen kanten en de frustratie over klantendiensten, banken, aan het lijntje houden, afzetters, enz. nam grote proporties aan.
De eerstvolgende werkdag toog ik richting ons filiaal, alwaar een piekfijn juffrouwtje [ik voelde mij, in vergelijking met haar, een slons in mijn zomertenue, met oververhit hoofd en lichtelijk tot zwaar aan het transpireren wegens nog niet geacclimatiseerd aan de airco van het bankgebouw]. Ze vertelde me dat ik moest bellen naar de kalantendienst, wat een klein alarmbelletje deed rinkelen. Ik vroeg: 'maar kunnen jullie daar niet eens naar kijken?' Ze zei dat ze in de bank zelf geen toegang hadden tot die bestanden [raar, he]. Ik vertelde haar [waarschijnlijk met een spikkeltje wanhoop in mijn ogen] dat ik al had proberen bellen naar dat nummer en dat daar een aantal opties waren die ik niet kon kiezen en dat dat niet zou gaan... 't Juffertje nam me mee naar een leeg kantoor en zei me dat ik gerust van daaruit naar de klantendienst mocht bellen. Ze toetste zelf het nummer in en navigeerde langs de verschillende opties tot het wachtmuziekje kwam om een echte persoon aan de lijn te krijgen. [opluchting].
Al goed dat ik in die bank gebleven was, want ik moest er -na het gesprek met de helpdeskdame, die trouwens een megacool Zuiders accent bezat - mijn bankkaart laten blokkeren en een nieuwe, tijdelijke, in ontvangst nemen. Plus: ik moest thuis bellen naar het bedrijf waar de bestellingen geplaatst waren om hen te vertellen dat die frauduleus en niet, NIET, van mij kwamen. Mijn coole I {hartje} NY kaart werkt dus niet meer [ik heb trouwens indertijd niet zelf voor dat motiefke gekozen, we hebben dat automatisch gekregen omdat we een studentenrekening hebben, maar ik begon dat eigenlijk wel wijs te vinden]. In de plaats heb ik nu zo'n lelijke kapitalistenbankkaart in zilver, rood en blauw...
Ahja, om verder te vertellen: ik belde dus naar dat online bedrijf en daar werd ik on-mid-del-lijk doorgeschakeld naar hun securitydienst. Geen wachttijden van approximately vijfendertig minuten, neen, meteen to the point en al. Ik kwam daar te weten dat die mannen niet alleen het nummer van mijn bankkaart hadden, maar dus wel degelijk mijn volledige naam, adres, enzovoort... een echte Identity Theft als het ware... En weet je wat ze besteld hadden: een printer en een doos enveloppes met twee vensterkes, zoals ze in bedrijven gebruiken [wie weet wat ze daar wel allemaal niet mee van plan waren]. Maar dat bedrijf had een goeie security-dienst want die hadden al in 't motje dat er iets niet klopte. Ze hadden die bestelling dus 'bevroren' tot ze zekerheid hadden over de ware aard ervan. Ik heb hen dus die ware aard onthuld: as Louche as can be! Toen ik aan dat securitymadammeke vertelde dat ik net van de bank kwam, alwaar ik de bewuste kaart al geblokkeerd had, was ze hoorbaar opgelucht [toch altijd cool als mensen zo begaan zijn met hun job]. Eind goed, al goed!

woensdag 12 augustus 2009

Werk: gevonden!

De zoektocht naar werk verliep niet bepaald over roosjes, maar ik had niet te klagen. Er was altijd wel iets te doen in de stad en er kwam bezoek met hordes tegelijk uit Belgie aanvliegen. Eigenlijk hing ik dus het grootste part van het jaar de toerist uit, terwijl Didi zich afbeulde om de laatste loodjes van zijn doctoraat af te krijgen en zijn andere wetenschappelijke projectjes op de rails te krijgen. Ocheere!
Uiteindelijk vond ik op de valreep nog een job voor de maand augustus en wat ik daar allemaal beleef, pen ik neer in mijn wereldblog op de website van MOmagazine. Allen daarheen, dus, want het is best wel spannend. Ik sta iedere dag om kwart voor vier op en sluip dan rond vier uur de deur uit om de metro te nemen naar Manhattan. Daar maak ik slapende mensen wakker om hen allerlei hoogstpersoonlijke vragen te stellen en geld uit te delen. Dit alles in de hoop dat ze ooit wakker zullen worden in een echt bed, in een zelfgehuurde kamer of huisje, in plaats van op de harde straatstenen of op bankjes in het park.
Een paar dagen geleden kreeg ik telefoon van een madammeke van het Salvation Army - het Leger des Heils, eigenlijk - of ik nog geinteresseerd was in de job. Ik moest eventjes goed nadenken waarover ze het infeite had, maar toen herinnerde ik me dat ik eens een sollicitatieormulier had ingevuld in zo'n kringloopwinkel van het Salvation Army. Goddank heb ik al een job en moet ik dus niet twijfelen of ik al dan niet bij zo'n gefreakte organisatie wil werken. Een van de daklozen vertelde trouwens dat hij ooit in zo'n winkel gewerkt had. Telkens er een lading kleding werd geleverd die nog in perfecte staat was, drukte de baas die achterover en kreeg die bediende vijftig dollar zwijggeld... Waar of niet waar, ik hoef me er alleszins geen zorgen meer om te maken.



Olfactorische prikkels

Het was in de winter al redelijk indrukwekkend, de zomer zorgt voor een vertienvoudiging van dit fenomeen: de odeur in de metrostations van New York.
Een mengelmoes van rattennesten, pipi en een vleugje zurig braaksel, afgewisseld met al dan niet rottende etensresten. Dit alles komt op je afgewaaid in een warme walm telkens er een metro het station in dendert... mjammie. Ook in de straten hangt er een specifiek geurtje, in de ene buurt al erger dan in de andere.
In het mini-museumpje "City Reliquary" in Brooklyn, stond de stadsgeur beschreven door een leerling van een plaatselijk schooltje:


donderdag 30 juli 2009

Seizoen 4


Na lang wachten is de zomer er. Hij wikkelt de stad in een broeierig en vochtig deken. Hij zet je huid in brand en geselt je ogen. Hij brengt tropische regens, met grote druppels en de prachtigste bliksems, zo indrukwekkend dat ik mijn angst vergeet.

Skimmers


Skimmers zijn heel speciale dieren. Het zijn watervogels die evolutionair nogal uniek geprogrammeerd op vlak van visvangst. Het is namelijk zo dat ze opgescheept zitten met een zeer vreemde snavel: hun onderbek is veel langer dan hun bovenbek. [in het Meetjesland heet dat 'een weiwatervat'] Als ze visjes willen vangen, vliegen ze vlak boven het wateroppervlak met hun kop een beetje naar beneden. De onderbek steken ze in het water en zo vliegen ze al 'skimmend' over de zee. Wanneer de bek een visje raakt, klapt hij dicht *snap* en de buit is binnen.
In een van de natuurreservaatjes hier hebben we vorige keer een half uur staan kijken naar die bijzondere vogels. Ze waren hun veren aan het poetsen met hun malle bek en bleken die te kunnen gebruiken als een zeer fijngevoelig werkinstrument. Plukjes veren werden een voor een 'gekamd' en in de plooi gelegd. Mijn fototoestel had ik niet bij, maar ik steel wel een beeldje van elders op het wereldwijde web.

donderdag 9 juli 2009

Cape Cod revisited


Wat te doen als er natuurvolk over de vloer is dat niet volledig wild gaat bij de gedachte aan Times Square, het Empire State Building of de Brooklyn Bridge? Simpel: een auto huren, enkele tenten in de koffer proppen en koers zetten naar het Noorden. Destination: Cape Cod, Massachusetts. Tussen kerst en nieuw hadden wij twee daar al eens de boel verkend. Nu stond er -volledig aangepast aan het seizoen- whale watchen en fietsen op het programma. Beide absolute aanraders. Op een armlengte van een gracieus voortbewegende moederwalvis met speels kalfje staan is behoorlijk adembenemend. De applaudisserende Amerikanen neem je er dan graag bij. En ook het fietsen was heerlijk. De hele route is autovrij en loopt over een oude spoorwegbedding, langs meren en door bossen. Onderweg pauzeerden we bij een Ben&Jerry's ijssalon, wat natuurlijk de overheerlijke kers op de taart was.
We ontdekten tijdens die driedaagse ook het stadje Provincetown, waar bijna elk koppel op straat bestaat uit twee personen van hetzelfde geslacht. In de winkeltjes worden er babypakjes verkocht met de tekst 'I love my 2 mums' en 'I love my 2 dads'. Ondanks enkele versier-incidentjes [ene Scooter vond mijn neef wel een goede partij en wees hem waar zijn tent stond, just in case...] hebben we toch van het nachtleven geproefd. De bars hebben er goeie muziek in de juke-box en er zit allerlei lokaal, levendig en babbelgraag volk. Cape Cod in juni is dus -ook al- een aanradertje :-)

Mermaid Parade 2009


Hoe enthousiast ik was over Coney Island, zo lyrisch ben ik over haar Mermaid Parade. Een schitterend, wervelend, freaky, funky, dirty, happy allegaartje van mensen. Uitgedost als zeemeermin of -man huppelen ze ieder jaar door de straten van Coney Island. Wat is deze stad toch een prachtig divers biotoop.

woensdag 10 juni 2009

The Berkshires


Vorig weekend hielden we een idyllisch kampeerweekendje in Berkshire County in de staat Massachusetts.

Wat hebben we geleerd?

- dat kolibries graag hoog in een dode boom zitten
- dat een fietstochtje na acht maand fietsloos leven zeer doet aan uw gat
- dat niet alle kampeervuurtjes op alle gaspullekes passen
- dat Didi een Man is die Vuur kan maken
- dat je supergoedkoop en middenin de natuur kan kamperen in de State Parks
- dat je daar wel zelf je luchtmatras moet opblazen (Leve Didi zijn Didgeridoe-eske longinhoud en Circulaire ademtechniek)
- dat je je voedsel altijd in je auto moet bewaren als je een nachtelijk berenbezoek wil vermijden
- dat een middagdutje in de volle zon niet zo'n goed idee is
- dat supervroeg opstaan ervoor zorgt dat er veel meer uren in een dag zitten
- dat wilde kalkoenen ook vroeg opstaan en dan stofbadjes nemen
- dat Massachusetts wel nog cool is
- dat de CCC er ook actief was
- dat de bomen en de bossen hier superweelderig groen zijn (in 't Engels heet dat: *Lush*, wat een beter woord is dan 'weelderig')
- dat er nog een ander soort eekhoorntje bestaat, namelijk de American Red Squirrel (Tamiasciurus hudsonicus)
- dat schildpadjes in staat zijn om een behoorlijke snelheid te halen
- dat de pinten goedkoper staan in Massachusetts dan in New York City
- dat ik zin kreeg in een waterijsje bij het zien van de Blackburnian warbler (zie prentje, van het internet geplukt)

en nog veel meer...

Groen!

Deze stad is zo ongelooflijk Groen! De straten zijn afgezoomd met bomen, parkjes met speeltuinen vormen buffers tussen buurten, grote parken liggen er weelderig geurend en piekfijn onderhouden bij. Da's toch super! Ik verbaas me nog altijd dat er in zo'n stad waar de grondprijzen zo fenomenaal hoog zijn, nog zoveel plaats is voor groen. Aan de andere kant geloof ik dat, zonder die kleine groene longetjes, velen knettergek zouden worden in hun schoendozen van appartementen. Ze hebben die parkjes echt nodig om eens buiten te kunnen zijn en te ademen. In het weekend zie je dan ook de speeltuinen en parkjes overvol zitten met New Yorkers jong en oud.
In Brooklyn verkenden we een wel heel speciaal stukje groen: een begraafplaats. Het Greenwood Cemetery is een idyllisch heuvellandschap met eeuwenoude bomen. Daaronder liggen eeuwenoude graven van eeuwenoude doden. Hele families liggen er bij elkaar te rusten in vrede, want vredig is het daar absoluut. Er staat dan 1 grote steen in het midden, met de familienaam Daarrond liggen kleinere steentjes met daarop 'father', 'mother' en de namen van de kinderen. Wie wil kan zich er nog altijd laten begraven en nu alvast een plaats reserveren. De toegangspoort van deze begraafplaats huisvest trouwens een kolonie monniksparkieten.
Een eind verderop ligt het prachtige Prospect Park. De ontwerpers waren dezelfde als die van Central Park in Manhattan, maar ze beschouwden Prospect Park als hun meesterwerk. Als je er rondloopt, waan je je midden in de natuur. Het is er prachtig en het zit er vol met vogels. De nabijgelegen buurt Park Slope is ook erg de moeite om door te kuieren: het staat er vol met de typische Brownstone huizen. Op Avenue 7 en 5 zijn er heel wat winkeltjes en eethuisjes.
Dat blogske begint hier gelijk meer en meer op een toeristische gids te lijken, maar goed. Het is daar dus echt de max. En dat wil ik eigenlijk wel aan zoveel mogelijk mensen vertellen: het is hier De Maxxx :-))

South Street Seaport

Al ontelbare keren wandelde ik door het Financial district om er onze bezoekers te tonen waar de financiele crisis begon, en waar de twin towers neerkwamen. Het blijft een indrukwekkend schouwspel: grote mastodonten van gebouwen, oude en nieuwe architectuur door elkaar. Daartussen geklemd: de Trinity Church. En dan de oude kasseistraatjes die zo Europees aandoen en eigenlijk het oudste bewoonde stukje Manhattan vormen.
Vorige keer nam ik eens een andere route: via de South Street Seaport. Dit haventje dateert uit 1600 en er liggen enkele pareltjes van zeilboten aangemeerd. Ook hier waan je je ergens in Europa, met de smalle kasseistraten en de Vlaams aandoende huizenrijen. Er zijn ook eethuisjes en cafeetjes te vinden, dus het probleem 'Waar eten in het Financial District' wordt geschrapt van de lijst. Tegen de tijd dat we bij Ground Zero aankwamen was het al aan het schemeren en de vele lichtjes in de gebouwen errond maakten het nog eens zo indrukwekkend...